Gesprekken met een gevangene achter glas.



05 may,2007
Musa Asoglu : “Uiteindelijk gaat het om jullie, niet om ons !”

Musa is 46 jaar. Hij heeft de Nederlandse nationaliteit en is leraar Turks. Samen met Dursun Karatas is hij de zwaarste veroordeelde in het DHKP-C proces. In eerste aanleg kreeg hij zes jaar effectieve gevangenisstraf, in beroep deed de rechtbank er nog een jaar bovenop, omdat hij volgens de rechtbank een leider is van een “criminele en terroristische organisatie”..
Na veertien maand opsluiting besliste het Hof van Cassatie dat het proces van Musa, Sukrye, Kaya en Bahar, de vier veroordeelden in het DHKP-C proces die in de gevangenis zitten, moet overgedaan worden. In afwachting van een nieuw proces zijn ze alle vier vrij. Sindsdien interviewden verschillende kranten Musa vooral over zijn rol als “de chauffeur die Ferrye Erdal hielp ontsnappen”. Zijn mening over het DHKP-C proces en zijn politieke inzichten kwamen weinig aan bod. In de gevangenis van Brugge had ik hierover een aantal gesprekken met hem. Die gesprekken verliepen achter glas, langs de telefoon. Na een maandenlange isolatie, mocht Musa wel zijn familie ontvangen in de bezoekzaal, maar elk ander bezoek moest nog altijd achter glas. Ik ontmoette een gedreven militant, maar ook iemand die er vermagerd en bleek uitzag. Een opmerking die hij onmiddellijk wegwuifde…

Luk Vervaet

Hoe gaat het met je, je hebt er nu al meer dan een jaar gevangenis opzitten, in wat sommigen het Belgische Alcatraz noemen. En tot voor kort zat je in volstrekte isolatie..

Musa : “Ik stel het goed, zowel fysiek als moreel. Ik heb er meer dan dertig jaar politieke actie opzitten, dus ik moet niet klagen. Ik denk vaak aan de jongeren die veroordeeld zijn tot 20 jaar cel, of die omkwamen bij hongerstakingen tegen de gevangenissen van het Type F in Turkije. Die kameraden hebben niet zoveel geluk gehad als ik. Ook de detentievoorwaarden zijn niet met die van hen te vergelijken, al denken ze in Turkije dat ik een grap maak als ik zeg dat er in België gevangenissen zijn waar het toilet nog altijd in een emmer gebeurt. Ze hebben moeite om me te geloven…
Ik ben geabonneerd op verschillende kranten en tijdschriften. Ik lees veel. Ik beantwoord zeker 20 brieven per week. Ik heb eigenlijk te weinig tijd, ik slaap niet zo veel.”

Eind februari stonden een dertigtal leden van CLEA (Comité pour la liberté d’expression et d’association) aan de ingang van de gevangenis van Brugge om de aandacht te trekken op jouw opsluiting en die van Sukrye en Kaya. Jullie zaten toen net een jaar vast.

Ik ben daar natuurlijk dankbaar voor. Ik heb er een klein artikeltje over gelezen in de krant. Tijdens jullie actie moest ik in de douchezaal gaan wachten en werd mijn cel grondig gefouilleerd. Er zijn gevangenen gestraft omdat ze naar jullie zwaaiden door het venster.

Denk je dat dit soort acties bijdraagt tot jullie vrijlating ?

Vast en zeker ! Maar wat ik wil benadrukken is dat het uiteindelijk niet gaat om onze vrijlating. De strijd mag in geen geval daartoe beperkt worden. Uiteindelijk wordt de geschiedenis niet door personen gemaakt. Het zijn niet wij die belangrijk zijn, het zijn de wetten die moeten teruggetrokken en veranderd worden. Want uiteindelijk zijn niet wij de inzet van de anti-terrorismewetten, maar jullie, de linksen en progressieven in België en Europa. Het is niet de DHKP-C die een gevaar vormt voor België of voor Europa, dat weet zelfs een procureur als Johan Delmulle maar al te goed. Onze actie speelt zich af in Turkije, daar hebben we onze handen al meer dan mee vol, we hebben al vijanden genoeg. Waar het bij de antiterrorismewetten om gaat is om een schrikreactie bij de linksen en de democraten in Europa teweeg te brengen, en de linkse partijen meer en meer te doen opschuiven naar rechts. Dat is voor mij hun echte betekenis.

Sommige vrienden willen wél de heropening van het debat over de antiterrorismewetten, maar willen zich tegelijk distantiëren van de DHKP-C…

Ik heb er geen probleem mee als sommigen zich persé willen distantiëren van de actie van de DHKP-C. Dit gezegd zijnde: er is niemand die hen vraagt dat te doen, maar als ze dat persé willen doen, ook goed. Want daar draait het uiteindelijk niet om. In vele gevallen wil men via een distantiëring bekomen dat men zelf niet in het vizier zou komen, omdat men dan niet aan ons “gelinkt” is.
De actie van de DHKP-C is niet gebaseerd op het feit of mensen die in het verleden nooit lid of sympathisant waren van de DHKP-C zich nu plots gaan distantiëren van ons. Dat maakt geen enkel verschil. In deze kwestie wordt het woord distantiëren openlijk misbruikt. Het gaat om pure arrogantie van fascistische regimes en hun verdedigers, die mensen proberen te dwingen om afstand te nemen van legitiem verzet tegen tirannie, terreur, bezetting.. zodat hun eigen misdaden tegen de mensheid niet ter discussie zouden komen. Wil vandaag de dag iemand bijvoorbeeld de misdaden van Israël aanklagen, dan moet hij zich eerst distantiëren van iedereen en alles dat door Israël terroristisch wordt genoemd. Dat soort dwang heb je tegenwoordig overal. Het gaat erom iedereen de mond te snoeren en het verzet te isoleren. Wie blijft er eigenlijk over als je je distantieert van het verzet tegen een staat als Turkije, die de afgelopen 25 jaar meer dan 35.000 mensen heeft vermoord, honderdduizenden heeft gefolterd, tienduizenden achter de tralies heeft gezet ? Alleen de “bloeddorstige terroristen”! En zij krijgen de repressie die ze verdienen “om de maatschappij en de democratie te beschermen”.

Maar kan je van iedereen verlangen dat hij het verzet steunt?

De kwestie van de misdaden tegen de mensheid is een universele kwestie. Niemand heeft nog langer het recht om daarin “derde partij” te spelen. Je bent voor de repressie en de tirannie of je bent daar tegen. Men mag zich distantiëren van een revolutionaire houding tegen de tirannie, maar je moet tenminste kleur bekennen. Zo kan men ook een pacifistische houding aannemen, maar niemand mag zich distantiëren van de legitimiteit van het verzet tegen het fascisme. Achter de fascistische regimes staan trouwens altijd de Verenigde Staten en Europa. Dus iedereen die hier leeft heeft ook de plicht zich tegen die collaboratie te kanten. Wie zich van ons distantieert, moet zich dan ook maar distantiëren van het gewapende verzet tegen de bezetting door de nazi’s. Ze moeten dan maar alle medailles terugvragen die aan verzetslieden zijn toegekend. Dat klinkt misschien cliché, maar het de realiteit en een kwestie van intellectuele eerlijkheid.


Je hebt een jarenlange praktijk als revolutionaire militant in Europa achter de rug. Je hebt daarbij veel contacten gehad met linkse partijen en organisaties in Europa. Ondervind je voldoende steun in deze campagne voor de democratische rechten?

Het is niet aan mij om te bepalen wat de praktijk moet zijn van de partijen in Europa en wat er moet gebeuren en hoe. Dat is hun eigen verantwoordelijkheid, en de mensen zullen bepalen aan wie ze hun vertrouwen schenken, op basis van de praktijk van de organisaties. Datzelfde geldt trouwens voor Turkije. Ik heb goede en positieve ervaringen met linkse partijen en organisaties in Europa, en ik wil ook niet iedereen in dezelfde zak stoppen.
Maar ik zou toch twee punten willen aanstrepen.
In al die jaren praktijk heb ik vastgesteld dat er bij links in Europa vaak een mentaliteit aanwezig is die ze overgenomen hebben van de kolonialen en van de imperialisten. Voor links in Europa vertrekt alles van hier, alles wordt bekeken door en met een Europese bril. Zij willen bepalen wat goed is voor ons, zij willen zeggen wat en hoe we het moeten doen, wat acceptabel is en wat niet. Samenwerken in de echte betekenis van het woord is er vaak niet bij. Er is een wil aanwezig om alles te domineren, dat lijkt uiteindelijk belangrijker dan inhoudelijke kwesties. Ik wil niet in dezelfde houding vervallen en de les spellen.
Een ander punt is het opportunisme.
Men kan zeggen dat de schrik er bij een aantal linksen goed is inzit na 11/9. Ze weten dat de strijd tegen de antiterrorismewetten een van de belangrijkste politieke punten is voor de dag van vandaag. Maar het opportunisme maakt hen blind en politiek laf. Of je daarbij groot bent of klein, maakt niets uit. Wat we vandaag zien is dat er zich individuen organiseren rond een concrete strijd rond onze vrijlating. Van een politieke beweging die vandaag de strijd tegen de antiterrorismewetten draagt is er nog geen sprake; moest zo’n beweging er kunnen komen doorheen deze strijd voor onze vrijlating dan zou dit erg goede ontwikkeling zijn.

Zijn er uit andere landen lessen te trekken voor de solidariteitsbeweging met de politieke gevangenen en voor de strijd tegen de antiterrorismewetten?

Vanuit mijn situatie kan ik alleen maar enkele pistes uitzetten.
Ik vind dat we er absoluut voor moeten zorgen dat de strijd tegen de anti-terroristenwet geen marginale affaire van een klein groepje wordt. We moeten opletten om ons niet te laten isoleren. Te kleine acties, die alsmaar minder volk mobiliseren, kunnen de indruk geven dat het toch maar gaat om “terroristen”, die zoals verwacht dan wel verdedigd worden door enkele van hun “sympathisanten”. We moeten alle positieve voorbeelden bestuderen om een brede campagne te voeren en leren uit verschillende aanpakken, zoals bijvoorbeeld van CAMPACC in Groot-Brittannië.
Ik ben zoals gezegd erg dankbaar voor alle solidariteitsacties, maar tegelijk houd ik niet zo van het woord “solidariteitsbeweging”. Achter dat woord “solidariteit” ligt een hele geschiedenis van hoe de Europese linkse beweging politieke standpunten inneemt. Het is vaak het enige kenmerk van die beweging geweest: men is “solidair” met iets, terwijl de eigen realiteit hen ontsnapt. Het gaat uiteindelijk niet om solidariteit met ons, het gaat om een anti-terrorismewet en om Belgische rechten en vrijheden. De simpelste uitleg voor de anti-terrorismewet is de beperking van de vrijheid van mening en van vereniging. Het gaat dus om een Belgische interne kwestie. Daarom is de veroordeling van ons jullie eigen zaak. Het zijn wij, die de titel van politieke gevangenen dragen, die solidair moeten zijn met jullie verzet voor het behouden van jullie basisrechten en vrijheden!

CLEA voert nu sinds één jaar campagne rondom het proces van de DHKP-C. Denk je dat de ervaring van die campagne iets kan bijbrengen voor verdere en andere campagnes?

Ik denk dat de ervaring van CLEA zou moeten meegedeeld worden aan organisaties in andere landen. CLEA is vertrokken van een groep vrienden die opkwamen rond de onschuld van Bahar. Dat is positief. Stilaan zijn zowel de samenstelling als de perspectieven verruimd, eerst naar “vrijheid voor Bahar en de gerechtigheid voor de Brugse gevangenen” en later naar “vrijheid voor alle gevangenen van dit proces”. Het lijkt me belangrijk om ook deze doelstelling van de strijd te verruimen en ze niet daartoe te beperken. Want stel dat CLEA de vrijheid van alle DHKC gevangenen bekomt. Wat dan? Misschien zal een deel van de beweging doorgaan, maar de meeste mensen die nu aan de activiteiten deelnemen, zullen zeker stoppen. En dat zou automatisch het einde van de beweging met zich meebrengen. Dat kan ook niet anders. Als de mensen alleen in actie komen om gevangenen vrij te krijgen, dan is immers de doelstelling bereikt. En omgekeerd, stel dat wij toch in de gevangenis moeten blijven tot het einde van onze straf, dan is er ook weinig perspectief. Ik denk dat
de beweging alleen maar kan doorgezet worden met een duidelijke politieke houding en objectief namelijk : de verdediging van de vrijheid van mening en vereniging.

De uitspraak van het Hof van Beroep in Gent was zwaarder dan die in Brugge. Kan je spreken van een verharding van de vervolging in de loop van dit proces?

Absoluut. Men had kunnen verwachten dat er na het eerste proces in Brugge een soort bezinning zou komen, maar niets was minder waar. Het ging in stijgende lijn. In plaats van meer redelijke posities in te nemen, verhardde hun positie en hun argumentatie zich nog. Hopelijk zal dit meer en meer mensen de ogen openen over wat er aan het gebeuren is. De Kamer van Inbeschuldigingstelling van Brugge veroordeelde ons door te zeggen: “Ze hebben dan wel misschien geen terroristische misdrijven in ons land gepleegd. Maar de organisatie waar ze lid van zijn voert een gewapend verzet tegen de Turkse staat. Daarom kunnen we hen veroordelen op grond van de aanslagen die hun organisatie in Turkije pleegt, zelfs als ze daar niet persoonlijk aan hebben deelgenomen.” Het Hof van Beroep verzwaarde die veroordeling en verklaarde : “De drijfveer achter hun aanslagen tegen de Turkse staat ligt in hun marxistisch-leninistische ideologie… De aanslagen tegen de mensenrechten door de Turkse staat moeten gezien worden als een legitieme verdediging tegen de aanslagen van de DHKP-C..” En nu wordt er op het Hof van Cassatie de stelling verdedigd dat “de rechten van vrije meningsuiting en vereniging alleen kunnen gelden voor Belgische organisaties”! Ik hoop dat de rechters van het Hof van Cassatie zich hiertegen zullen verzetten.

Er wordt duidelijk met twee maten en twee gewichten gewerkt : Turkse fascisten plegen ongestraft aanslagen op Belgisch grondgebied, zonder dat hen al te veel in de weg wordt gelegd?

Al in 1998 werd zowel het Koerdisch Instituut als het Koerdisch Cultureel Centrum met molotovcocktails in brand gestoken. Onder ogen van de Brusselse politie. Beide panden brandden volledig uit. Ook het gebouw van de Assyrische vereniging moest het ontgelden, binnen werden vernielingen aangericht. De brandstichting en de vernielingen gebeurden na een betoging door Schaarbeek, Brussel en St.Joost-Ten Node, waarbij slogans tegen de Koerden werden geroepen. Nu in 2007 is er opnieuw een brandstichting tegen het Koerdisch Instituut te Brussel. Betitelt men dit als een terroristische aanslag ? Of is brandstichting misschien geen terreurdaad? En zo ja, zal de wet die dat bestraft nu ook gebruikt worden tegen die fascistische organisaties, die gestuurd worden vanuit de Turkse ambassade en die medegefinancierd worden door de Belgische staat ? Ik zou zelfs meer zeggen: is deze brandstichting niet een rechtstreeks vervolg op het verbod, de bestraffing en de vernietiging van de oppositie tegen het regime van Turkije door het Belgische gerecht en politiek? Zijn de samenwerking tussen de PS van Onckelinx en de fascisten van Turkije en hun ontkenning van de Armeense genocide geen aanmoediging voor brandstichting?
Tijdens de Belgische gemeenteverkiezingen is de Armeense genocide al ter sprake gekomen. Ook in Nederland was dat het geval. Daar zijn toen twee Turken afgevoerd van de lijst van de Nederlandse PvdA en een van de lijst van de CDA, omdat ze de genocide tegen het Armeense volk niet wilden erkennen. De Turkse krant Hurriyet is in samenwerking met diplomatieke en politieke kringen een campagne begonnen om Europa politiek te dwingen die genocide te ontkennen. Hurriyet is niet zomaar een krant. Het is de woordvoerder van de twee rijkste families van Turkije. De ene eigenaar is de familie Sabanci en de andere de familie Dogan. De vertegenwoordiger van Hurriyet in Brussel heeft een heel vriendschappelijke relatie met Onckelinx. Die krant steunde haar verkiezingscampagne voor honderd procent. Ze hebben duidelijk mevrouw Onckelinx gebruikt om in haar naam verklaringen af te drukken waarin ze zegt dat die genocide een kwestie van de historici is en niet van de politici, dat het verwijderen van Turken van de lijsten volkomen anti-democratisch zou zijn. En elke keer als Onckelinx het over genocide had, sprak ze over “de zogenaamde genocide”… Of Onckelinx inderdaad dit soort dingen allemaal en op die manier gezegd heeft is een andere zaak, maar de berichtgeving staat zo afgedrukt in Hurriyet. Anderzijds is het ook naïef te denken dat Onckelinx zomaar misbruikt wordt omdat ze geen Turks kent. Ze heeft alle mogelijkheden in handen. Zo pluist de afdeling Turken-Koerden van de staatsveiligheid en de anti-terrorismebranche dagelijks de hele Turkse pers uit.

Voor jou is er een klare collaboratie tussen de Belgische justitie en politie en de Turkse justitie en politie?

Ja, het gaat om meer dan twee maten twee gewichten. De manier waarop het Belgische gerecht artikel 146/1 onderschrijft kunnen we niet anders dan een botte collaboratie met een fascistisch regime noemen? Men kan zich afvragen of dergelijke houding niet stamt vanuit de tijd van de collaboratie van het Belgische gerecht en politiek uit de tijd van de nazi-bezetting? De huidige antiterrorismewet is niet meer dan de legitimatie van die collaboratie.
Je moet weten dat België het meest geliefde onderduikadres is van de MHP (Grijze Wolven) moordenaars. MHP-ers die talloze onschuldige mensen hebben vermoord en gefolterd, en die zich nu bezig houden met drugstrafiek terwijl ze profiteren van hun politiek vluchtelingstatuut. Dat alles gebeurt met medeweten van de federale politie.
Ik wil je ook het voorbeeld geven van een Turkse Europarlementair van de Duitse SPD. Zijn naam is V. Öger. Hij is de eigenaar van Öger Toer, een luchtvaartmaatschappij. Zijn belangrijkste bezigheid bestaat erin te helpen om de Turkse toetreding tot de EU te realiseren. In december 2005, toen wij voor de Kamer van in beschuldiging stonden, werd in België een bende van een vijf à zestal mensen opgepakt die een in België wonende zakenman van Turkse origine hadden ontvoerd en gefolterd om hem te dwingen zijn schulden aan Öger te betalen. Die ontvoerders zijn op heterdaad betrapt. Twee of drie leden van die bende hadden diplomatieke paspoorten. Het ging om officiële bodyguards van Premier Erdogan. Ze zijn natuurlijk onmiddellijk op vrije voeten gesteld. De zaak tegen de anderen gaat door, maar zal hoogstwaarschijnlijk in de doofpot belanden. Alles was duidelijk. Ontvoering en foltering vonden plaats op bevel van Öger. Met Erdogan’s medeweten is een speciale Turkse politieeenheid in België ingeschakeld voor deze misdaad. En de doofpotoperatie is uitgevoerd mede dankzij het Belgische ministerie van justitie.
De aanslag op het Koerdisch centrum en de poging tot doodslag op de families die op de bovenverdiepingen wonen is ook het resultaat van een medeplichtige tolerantie. Ik zit hier in de gevangenis, maar zelfs ik weet welk soort affiches er op dit moment in de etalages van een heleboel winkels in Schaerbeek hangen. Het zijn affiches, versierd met het embleem van de MHP, die oproepen om de dolle PKK-ers een halt toe te roepen, die zeggen dat het tijd is om in acties te treden enzovoort. Die affiches zijn niet clandestien. Ze hebben zelfs een GSM nummer op die affiches gezet ! En als het Brussels parket stelt dat die aanslag op het Koerdisch centrum geen politieke motieven heeft, dan stimuleren zij eigenlijk nieuwe aanslagen op Koerdisch-Assyrische en Armeense minderheden die in Brussel wonen.

Commentaires