Na de rellen in Anderlecht…Meer van hetzelfde ?

Begin november 1997 was ik getuige van de rellen, die uitbraken in de Anderlechtse wijk Cureghem, nadat de rijkswacht er op straat een vermoedelijke drugdealer doodschoot. Ik woonde toen op zo’n kilometer van het gebeuren. Ik herinner me dat ik een opmerking maakte over de efficiëntie van de politie, waarop de politiecommisaris die daar de operaties leidde me toesnauwde : "Wie bent u ? Woont u hier wel ? " Waarmee hij wou zeggen : dit is een probleem dat alleen deze buurt aangaat, gij hebt hier niets te zoeken !
De repressie na de incidenten in 1997 zo hevig, dat zelfs de PVDA, toen zowat de enige Belgische organisatie die zijn stem dierf te verheffen tegen een executie op straat, politiek rechtsomkeer maakte en van toen af besloot zich nooit meer in zo’n avontuur te laten meeslepen.
Alle repressie van toen ten spijt, elf jaar veiligheidscontracten en beloften voor "een betere integratie van de migrantenjongeren" later, lijkt er in Anderlecht weinig veranderd.
In maart 2008 werden er enkele bussen van de MIVB en De Lijn met stenen bekogeld. In april werden twee politiewagens beschoten met een luchtkarabijn. In mei kwam het tot rellen met aan de ene kant skinheads, Anderlechtsupporters,de politie en jongeren uit de wijk en omgeving aan de andere.
Het lijkt erop dat ook de remedies deze keer niet veel zullen verschillen van die van elf jaar geleden : herstel van de orde met harde hand en een aanklacht van de sociale mankementen in de aanpak van de jongeren uit de wijk.
Wat de repressie betreft : in 1997 werden 250 jongeren opgepakt, nu zijn er al 333 administratieve en preventieve aanhoudingen verricht. Bovenop die massale opleidingen krijgt het "té lakse gerecht" de volle laag. Net als in 1997 maken we op politiek vlak, en over alle partijgrenzen heen, een kwalijke ontwikkeling mee op het gebied van de scheiding der machten.
Na de incidenten in april hielden SPa (Landuyt), CD&V( Doomst) en Vlaams Belang(Laeremans) interpellaties in de Kamercommissie Justitie over de houding van het gerecht. Dat de onderzoeksrechter de betrokken jongeren wettelijk niet kón aanhouden zonder dan ook maar meteen de Belgische strafwetgeving aan zijn laars te lappen, veranderde voor de volksvertegenwoordigers niets aan de zaak. Laeremans vroeg om ‘een grote kuis in Anderlecht’, om ‘een tuchtprocedure tegen de magistraat die de vrijlating had bevolen’. Doomst vond dat jonge delinkwenten ‘te snel worden vrijgelaten’. Landuyt noemde ‘Anderlecht een zwarte criminele vlek’ en de procureurs ‘bij momenten de beste advocaten van de straatcriminelen, en meer bezorgd om een komma in een wettektst dan over operationeel gedrag.’
Na de incidenten in mei vroeg de minister van binnenlandse zaken (VLD) in De Zevende Dag om "een lik-op-stuk beleid" en een gerecht dat optreedt, "want anders zal dit de politie volledig demotiveren". Brussels minister president Charles Piquet (PS) stelde dat "de daders van het geweld juist, maar hard moeten worden bestraft, opdat er zich geen gevoel van straffeloosheid zou installeren." Fouad Ahidar (Spirit) vroeg "een kordaat optreden tegen straatrellen" en pleitte voor"jeugdrechtbanken die de klok rond werken".
Een tweede luik bij dergelijke incidenten is onveranderd het pleidooi voor ‘een globale preventieve aanpak, met het opbouwwerk, de straathoekwerkers, de scholen..’. Fouad Ahidar zoekt het in de richting van "de onverantwoordelijke ouders die hun kinderen laten loslopen" en die desnoods "professioneel moeten begeleid worden". Dirk De Block, een jeugdwerker van de PVDA, vindt de repressie "niet evenwichtig" en vraagt meer geld voor "de jeugdsektor, de sportanimatoren, de straathoekwerkers, het verenigingsleven". Alleen weten de jongeren zeer goed dat al die initiatieven, hoe goed bedoeld ook, allemaal in hetzelfde repressieve kader passen en geen hoger doel hebben dan : zorgen dat de veiligheid gegarandeerd is.
Ik denk dat noch de repressie, noch ‘de sportieve aanpak’ de zaken fundamenteel kunnen wijzigen. Wie verder kijkt dan de incidenten zelf, zal stoten op onderliggende oorzaken die een radikale ommekeer in het beleid vereisen.
Vooreerst op het vlak van de repressie. Alle verhoudingen in acht genomen, maken we in België een evolutie mee naar Amerikaans model : de gevangenissen, zeker de Brusselse, zitten barstensvol met migranten en met jongeren van migrantenorigine. Bijna allemaal afkomstig uit families met de laagste inkomens, en zelf laaggeschoold en zonder job. Wat de harde aanpak betreft, kan men dus gerust zijn : die is er al, migrantenjongeren worden nu al extra geviseerd en opgesloten… De massale opleiding van een paar honderd migrantenjongeren tegenover één skinhead spreekt opnieuw boekdelen. In plaats van nog meer mensen op te sluiten en nieuwe gevangenissen te bouwen, die vol zullen zitten op de dag dat de poorten opengaan, pleit ik voor een moratorium op de bouw van gevangenissen en het starten van een maatschappelijk debat over een andere aanpak.
Ten tweede hebben de incidenten niets met "een wijk in Anderlecht" te maken, en kunnen ze evenmin op het niveau van de gemeente een oplossing vinden. Zeker niet als die gemeente zo goed als failliet is. Waar het om gaat is om het falen van een centraal beleid ten opzichte van de kinderen van migranten, die men hier na de 30 gouden jaren liever zag vertrekken dan blijven. Het gaat om structurele problemen van achteruitstelling en discriminatie op het gebied van werk, onderwijs en respect voor de dubbele identiteit van de jongeren afkomstig uit de migratie. Van de politici zou men mogen verwachten dat ze zich minder met het gerecht bezighouden en meer met het formuleren van een beleid dat een antwoord biedt op de achteruitstelling en de discriminatie.
Ten derde is er het probleem van de woordvoerders. Met wie spreek je ? Wie verwoordt er wat er aan de hand is ? Er is geen spreekbuis en er is geen zelfstandige organisatie van de jongeren. Omdat we niet iets willen dat aan onze politieke controle en aan onze strukturen ontsnapt. Antwerpen is in november 2002, na de moord op Mohamed Achrak, voor een explosie behoed door het optreden van Dyab Abou Jahjah en de AEL. Omdat zij én de terechte woede van de jongeren uitdrukten én een constructieve uitweg boden aan het protest. Dat moest ook politiechef Luc Lamine toegeven op de rechtbank vorige maandag. Als dank voor hun optreden kregen de AEL leiders vorig jaar één jaar effectieve gevangenisstraf.
Wordt vervolgd.

Commentaires