Verbeten moeders voor vergeten Belgen


Op donderdag 7 october organiseren de zussen en de moeder van Ali Aarrass een persconferentie en een meeting voor hun broer en zoon1. Op zaterdag 9 october roepen de zussen en de moeder van Oussama Atar op tot een Stille Samenkomst voor het Brusselse Justitiepaleis voor hun broer en zoon2. De moeders en de zussen van Ali en Oussama hebben iets universeel. Ze doen me denken aan Carine Russo, Tinny Mast of Elisabeth Brichet, die in de jaren negentig met moederlijke verbetenheid vochten voor hun verdwenen kinderen. Ze doen me denken aan de Dwaze Moeders op de Plaza de Mayo in Buenos Aires met de foto's van hun verdwenen kinderen onder de dictatuur. Als Farida en Asma me zeggen : « elke avond ga ik slapen in tranen », dan denk ik aan die zee van verdriet die ik vond bij Tinny Mast als we het hadden over haar verdwenen kinderen Kim en Ken.

De familie Atar vecht voor het leven van Oussama. Hij is 27 en zit al bijna 7 jaar in de hel van de Iraakse gevangenissen. Hij werd door Amerikaanse bezettingstroepen opgepakt in de zogenaamde Sunnitische zone in Irak voor het illegaal oversteken van de Syrisch-Iraakse grens. Hij werd daarvoor tot 10 jaar gevangenisstraf veroordeeld. Oussama is volgens officiële medische rapporten zeer ernstig ziek. Ja, Oussama zat zowat in alle denkbare gevangenissen in Irak, van Abu Ghraib, de beruchte foltergevangenis tot de al even beruchte Rusufa gevangenis.

De familie Aarrass vecht voor Ali (48), die al twee en een half jaar in isolement in de High Security afdeling van de Spaanse gevangenis Botafuegos in Algeciras zit. Voor de Spaanse rechtbanken gaat hij vrijuit inzake de beschuldiging van terrorisme, maar omwille van een uitleveringsverzoek van Marokko in de zaak Belliraj blijft hij opgsloten. Zowat alle internationale organisaties voor Mensenrechten hebben het proces Belliraj aan de schandpaal genageld als een farce en een folterproces. Amnesty International Spanje lanceerde een oproep tegen de uitlevering van Ali aan Marokko. Ali zelf heeft al twee levensbedreigende hongerstakingen achter de rug. En toch blijft Ali in de cel.

Zowel Ali als Oussama hebben de Belgische nationaliteit.

De Belgische autoriteiten steken al jaren de handen in de lucht voor de smeekbeden en de vragen van de families om iets te ondernemen voor hun familelid. Dat veranderde niet sinds België nu ook de Raad van de Europese Unie voorzit en ook zijn president levert. De families kregen vooral te horen dat België weinig of niets kan doen. En dat veel ruchtbaarheid en mediabelangstelling, een positieve ontwikkeling alleen maar kan bemoeilijken.

Ik herinner me de zaak van dokter Jan Cools, waarmee ik goed bevriend was. Op 21 mei 1988 ontvoerdde een Islamitische terreurgroep hem in het Palestijns vluchtelingenkamp Rashidiye in Libanon, waar hij werkzaam was als arts. De Belgische minister van buitenlandse zaken was toen CD&V-er Leo Tindemans. Die wilde eerst niets doen, vond dat Jan het zelf gezocht had. De Belgische zaakgelastigde in Beiroet ondernam niets. Een brede solidariteitscampagne kwam op gang en minister Tindemans stelde toen topambtenaar Jan Hollants van Loocke als speciale Belgische gezant voor deze zaak aan. Toen veranderde alles. Hollants van Loocke was een bekwaam en intelligent diplomaat, die ook een heel goede relatie onderhield met de Belgische solidariteitsbeweging en de familie. Ook de media deden mee. Zo trok de Belgische TV- topjournalist, Johan Depoorter, met de ouders van Jan Cools naar Beiroet. PS-minister Urbain reisde naar Libië om met president Kadhafi over de ontvoeringszaak te onderhandelen. Jan Cools zou in juni 1989 ongedeerd vrijgelaten worden. De Belgische regering stelde de familie Cools een vliegtuig ter beschikking om hem te gaan afhalen.

Natuurlijk is de ontvoeringszaak van Jan niet hetzelfde als de zaak van Ali of Oussama. Maar de zaak werpt wel enkele vragen op, die aan de Belgische regering en aan alle Belgische politici dienen gesteld voor hun verpletterende passiviteit in de zaak van Ali en Oussama. Waarom zien we niet dezelfde stevige aanpak in de zaak van Ali en Oussama als in die van Jan ? Is het omdat Ali en Oussama niet « Jan » noemen, en de familie Atar en Aarrass niet « Cools » ? Of is het Islamofoob klimaat zover gevorderd dat men als overheid meer gemobiliseerd geraakt als het om een katholieke familie gaat dan wanneer het gaat om moslimfamilies ? Kortom : bestaan er in dit land twee categorieën Belgische burgers ? Of is het omdat de Belgische regering wél wil tusenkomen als het gaat om een ontvoering door een Islamitische terreurgroep, maar niét als het gaat om staatsterrorisme vanwege bevriende naties ?

De vragen dienen gesteld. Gezien de dramatische situatie waarin zowel Oussama als Ali zich bevinden, vragen ze om een dringend en duidelijk antwoord.




1 Persconferentie 7 october 2010 van 10.30 to 12.30 u in de lokalen van de Ligue des droits de l'Homme, Rue du Boulet 22, 1000 Bruxelles met Meester Mohamed Ali Nayim, de Spaanse advocaat van Ali Aarrass, Aberrahman Benyahya, president en woordvoerder van de CIM, Mustafa en Farida Aarrass, vader en zus van Ali, Meester Dounia Alamat en Meester Christophe Marchand, zijn Belgische advocaten, Amnesty International België (uitgenodigd).

Meeting 7 october van 19 tot 22 uur met dezelfde sprekers in het Centre Communautaire Maritime, Rue Vandenbogarde, 93 in 1080 Brussel.

2Zaterdag 9 october 2010 van 14 tot 17 u : Stille en Vreedzame Samenkomst voor het Justitiepaleis in Brussel



Commentaires