Bedenkingen bij de waanzin (van Breivik en de anderen...)


Bron: www.kifkif.be

30-08-2011 | Luk Vervaet

Part three.

Het contrast tussen zijn moordpartij en het vreedzame, bijna idyllische karakter van Noorwegen en zijn bevolking sprak voor zich. Toen bleek dat Breivik, de dader van de massaslachting in Oslo, pur sang Noor, blank en blond was, zijn we hem en het gebeuren gaan isoleren en buitensluiten. Breivik en zijn daden, zo zeggen we, horen bij ons niet thuis. Deze rotte appels hebben geen plaats bij onze vreedzame identiteit en in onze democratische cultuur. Breivik was een einzelgänger. Hij handelde alleen. Het kwaad, de barbarij... bestaat elders, buiten ons, bij de vreemden, bij diegenen naar wie wij de beschaving exporteren. En als dat soort barbarij bij ons al voorkomt, dan is het het werk van een gestoorde, een gek, een zieke geest.

Het contrast tussen zijn moordpartij en het vreedzame, bijna idyllische karakter van Noorwegen en zijn bevolking sprak voor zich. Toen bleek dat Breivik, de dader van de massaslachting in Oslo, pur sang Noor, blank en blond was, zijn we hem en het gebeuren gaan isoleren en buitensluiten. Breivik en zijn daden, zo zeggen we, horen bij ons niet thuis. Deze rotte appels hebben geen plaats bij onze vreedzame identiteit en in onze democratische cultuur. Breivik was een einzelgänger. Hij handelde alleen. Het kwaad, de barbarij... bestaat elders, buiten ons, bij de vreemden, bij diegenen naar wie wij de beschaving exporteren. En als dat soort barbarij bij ons al voorkomt, dan is het het werk van een gestoorde, een gek, een zieke geest.

In tegenstelling tot wat veel mensen denken, is voor iemand « verminderde toerekeningsvatbaarheid » bepleiten, geen verontschuldiging voor de ernst van de feiten. Het is ook geen middel, zoals extreem-rechts probeert, om zich van alle verantwoordelijkheid te ontdoen en zijn handen in onschuld te kunnen wassen. Het vermeerdert daarentegen alleen maar onze maatschappelijke verantwoordelijkheid. Als we in de toekomst drama's als dat van Oslo zo veel mogelijk willen voorkomen, dan wordt de vraag naar onze eigen, maatschappelijke gezondheid en hoe de maatschappelijke omgeving het gedrag van een (gestoord) individu beinvloedt, belangrijker dan de vraag naar de geestelijke gezondheid van een misdadig individu zelf. Het is immers zo dat de situatie van gestoorde mensen kan verbeteren of verslechteren, naargelang de omgeving waarin ze leven, of die hen beinvloedt, verbetert of verslechtert.

De lange lijst van de « zieke geesten ».

Ik zet enkele voorbeelden uit een lange reeks van racistische aanslagen en moorden van de laatste jaren op een rij. Men kan niet om de vaststelling heen : dit soort barbarij wordt een maatschappelijk fenomeen.

Om met het vreedzame Skandinavië te beginnen : in oktober 2010 schoot een eenzame schutter in Malmö, in een serie van minstens 15 racistische schietpartijen, minstens één persoon dood. Trez Persson, een 20 jarige Zweedse vrouw, werd doodgeschoten toen ze met haar 22 jarige vriend van migranten-origine in een auto zat, vlakbij de moskee van Malmö. Haar vriend werd zwaar gewond. In de overige schietpartijen werden 8 anderen door kogels gewond in het hoofd, de borst en de buik. In Duitsland, in een rechtszaal in Dresden, werd de 31 jarige Marwa el-Sherbini op 1 juli 2009 met 18 messteken om het leven gebracht door een aanhanger van extreem-rechts. De man had haar tevoren verweten een hoofddoek te dragen en had haar uitgescholden voor 'hoer', 'Islamiste' en 'terroriste'. Daarvoor was hij veroordeeld tot een boete. Het proces waarop hij de vrouw doodstak was het proces in beroep tegen die boete. Een woordvoerder van de rechtbank, Christian Avenarius, beschreef de moord als « de fanatieke daad van een eenzaat, die handelde uit gevoelens van extreme xenofobie. »

In eigen land schoot de 79 jarige extreem-rechtse Hendrik Vyt in 2002 in Brussel de ouders van de Marokkaanse familie Isiyasni dood. De 66 jarige Constant Van Linden vermoordde in datzelfde jaar in Antwerpen zijn buurman Mohamed Asrak, een jonge Islam leraar. In 2006 schoot de 18 jarige Hans Van Temsche, ook afkomstig uit extreem-rechtse kringen, in Antwerpen, tijdens een raid in commandostijl, Oulematou Niangadou, een zwangere Malinese vrouw en Luna Drowart, het kindje, waarop ze paste, dood. Hij schoot ook de Turkse Songul Koç neer. Zij overleefde, maar wel met een permanente werkonbekwaamheid tot gevolg. In alle gevallen ging het om racistische moorden en aanslagen. In alle gevallen werd gesproken over daders die gestoord zijn, zieke geesten, niet normaal, gek...

Hetzelfde horen we nu over Anders Breivik.
Ik ga de diagnose, die zegt dat iemand als Breivik en de anderen zieke geesten zijn, niet tegenspreken. Ik ben geen medicus en ik ken die personen niet. Maar elke mens met een beetje gezond verstand zal zeggen dat die daders, als ze al geen zelfmoord hebben gepleegd, dringend toe zijn aan psychische hulp. Wat ik voor anderen bepleit, zal ik ook Breivik niet ontzeggen. Ik ben in mijn werk als leraar in de gevangenis voldoende mensen tegengekomen, die in de verste verte niet konden tippen aan de waanzin van Breivik, maar waarvan ik overtuigd was dat ze eerder psychische hulp, dan wel gevangenis nodig hadden. Alleen kregen ze die hulp meestal niet of te weinig.

Zieke geesten en racisme.

De stelling over de psychische gestoordheid verdient enkele bedenkingen, die precies verwijzen naar de rol van de maatschappij en naar onze perceptie van de dingen.

Vooreerst, waarom is ook hier onze benadering gekleurd ? Waarom reserveren we de kwalificatie van 'psychisch gestoorde einzelgänger' in de meeste gevallen alleen voor ons eigen publiek en zelden voor een zogeheten 'moslim-terrorist' ? Het is in het algemeen ook minder waarschijnlijk dat een gekleurd iemand deze diagnose toebedeeld krijgt dan een blanke. Terry Kupers, de bekende Amerikaanse psychiater met een decennia lange praktijkervaring in de gevangenissen, schrijft hierover in zijn boek «Prison Madness » : « Ras is een belangrijk element om te bepalen of iemand in een mentaal gezondheidsprogramma zal terechtkomen of naar de gevangenis zal gaan. Blanke mensen hebben meer kans om behandeld te worden, terwijl gekleurde mensen meer kans hebben om opgesloten te worden. »(pg 15)

Maar ten tweede, en vooral, valt het op dat die bovengenoemde gestoorde mannen allemaal gemeen dat ze een extreem-rechtse, racistische politieke logica volgen en niet in die mate gestoord zijn dat ze bijvoorbeeld blindweg gaan schieten op een extreem-rechtse bijeenkomst of op een naaiclub achter de hoek ? Ze doden selectief. Ze kiezen. Ze doden welbepaalde mensen.

In plaats van ons dus te concentreren op de individuele krankzinnigheid, zouden we er daarom beter aan doen ons te concentreren op de maatschappelijke omgeving en het politiek en sociaal klimaat dat de individuele krankzinnigheid van dergelijke daders omringt, in een woord : dat hen stimuleert en de richting aanwijst.

Enkele citaten van Terry Kuger over zijn ervaringen met patienten in gevangenissen doen ons precies het belang van de omgeving voor psychisch gestoorde mensen begrijpen. « Men kan van normale gevangenen gewelddadige, aggressieve mensen maken met heel erge emotionele problemen. Iemand opsluiten in een overbevolkte gevangenis doet geweld, ziektes, psychische break downs en zelfmoorden toenemen...Veel mensen, die voorheen geen last hadden van depressie kwamen in de gevangenis in een diepe depressie terecht en een belangrijk deel van hen gaat over tot zelfmoord... Zelfs iemand die een psychotische instorting achter de rug heeft, met hallucinaties en waanbeelden, kan snel stabiliseren en geen andere instortingen meer kennen als hij of zij in een verzorgende omgeving leeft en in een beschutte werkplaats werkt. Maar indien dezelfde persoon dakloos wordt of herhaaldelijk getraumatiseerd wordt door beledigingen, zal hij herhaaldelijke breakdowns kennen en moeten opgenomen worden in een ziekenhuis. Mensen die kwetsbaar zijn voor psychiatrische decompensatie onder hevige stress zullen een breakdown kunnen vermijden als hun levensomstandigheden en sociale relaties goed zijn. Maar als dezelfde persoon in de gevangenis te maken krijgt met verkrachting, met beschuldigingen dat hij een verklikker is, of wanneer hij geslagen wordt door bewakers, dan zal hij een complete psychotische breakdown kennen» (pg 17-18).

Ik zou het politieke en sociale klimaat van het afgelopen decennium in Europa willen vergelijken met de gevangenis waarover Terry Kuger spreekt. Het is de gevangenis van Fort Europa, waarbinnen onophoudelijk oorlogstaal weerklinkt. Enerzijds tegen al wat 'sociaal en links' is, hetgeen geassocieerd wordt met de oude vijand : de communistische dictatuur. En anderzijds islamofobe en racistische boodschappen tegen het nieuwe spook dat door onze landen waart : het Islamisme. Dat in dergelijke omgeving bij sommigen de stoppen moeten doorslaan lijkt mij onvermijdelijk. De gestoorde Breivik had geen andere politieke thema's bedacht dan de twee voornoemde. Als een proces tegen hem zin wil hebben en een betekenis voor de tientallen jongeren die afgemaakt werden, dan moet daarom niet alleen de 'gestoorde' Breivik terechtstaan. Met hem moet Fort Europa, het 'gezonde deel' van de maatschappij, dat de wildernis creëert en de waanzin stimuleert, terechtstaan. De maatschappelijke omgeving aanpakken, dat beperkt zich ook niet tot de excessen. Zoals de al te gemakkelijke veroordeling van de delirante propaganda van de stoottroepen van extreem-rechts. Het beperkt zich ook niet tot een pleidooi voor meer veiligheid en meer controle op de wapenverkoop. Ook niet tot het veroordelen van de verspreiding van gewelddadige videospelletjes of het opduiken van steeds meer films en series waarin mensen om de om de een of de andere reden worden gefolterd. Al die elementen vinden hun inspiratie in de realiteit, die meer en meer asociaal wordt; allemaal zijn ze afgeleiden van een echte oorlog, die woedt in Irak, Afghanistan, Gaza... en die de wreedheid van extreem-rechts en de videospelletjes ver overtreft.

De echte oorlog : sterker dan fictie

Het is de echte oorlog, die de grenzen van het toelaatbare verlegt en die een geweld-ideologie verspreidt, die als een loden mantel over onze landen hangt. We kregen het afgelopen decennium een stortvloed aan des-humaniserende boodschappen over ons heen. De vijand waarmee we te maken hebben is geen mens, hij is een on-mens, en valt niet onder de wetten, de reglementen en de regels, die na de tweede wereldoorlog met ijver en zorg in mekaar zijn gestoken. Zo zijn 'de premies' en de 'manhunt', in zuivere westernstijl, terug van weggeweest. Buitenrechterlijke moord en executie van 'dictators en terroristen' wordt door ernstige democratische politici-met-stropdas verdedigd en op volksfeestjes toegejuicht. Om slechts enkele van de legitieme doelwitten te noemen : Saddam Hussein van Irak, Sheikh Ahmed Yassine en Abdel Al-Rintissi van Palestina, Oussama Ben Laden van Al Qaeda en nu Kaddafhi van Libië. In het beste geval worden ze gevat en als een hond opgeknoopt, zoals gebeurde met Saddam Hussein, en te bekijken op Youtube ('Saddam Execution real video not fake', te bekijken naast de video over de executie van Ceaucescu en zijn vrouw). We kunnen nu ook bijna in primetime de klopjacht op Kaddafhi volgen. Kan men ontkennen dat op deze manier de idee van moord en standrechterlijke executie propageert ?

Men herinnert zich de oorlog tegen Irak die op een groen gekleurd televisiescherm, als een videospelletje, passeerde. Wie beseft nog dat dit groene spelletje uiteindelijk meer dan een miljoen slachtoffers heeft gekost ? Het voormalig Duitse CDU parlementslid en oorlogstegenstander Jürgen Todenhöfer schrijft : « Men schat het aantal gedode Irakese burgers sinds het begin van de Amerikaanse oorlog tegen Irak in 2003 op 1.200.000. Het getuigt van een onvoorstelbare arrogantie als men dan hier hoort beweren dat het probleem van ons tijdperk 'het geweld van de moslimwereld' is ... De waarheid is dat het probleem voortkomt uit de aggressiviteit van bepaalde Westerse staten ». Dat soort cijfers bevat niet alleen een schokkende hoeveelheid geweld. Ze creëren ook een verregaande vom van afstomping en onverschilligheid. Die over-dosis aan geweld maakt dat we, na tien jaar oorlog, die cijfers niet meer willen en kunnen horen. En of er nu een nul meer of minder wordt toegevoegd aan het dodental ... het laat ons onverschillig en steenkoud.

Men herinnert zich de videobeelden verspreid door Wikileaks over de Amerikaanse militairen, die in juli 2007, vanachter hun scherm in een Apache helicopter genadeloos 11 mensen neermaaiden in Bagdad. De beelden toonden een groep mensen, waaronder een reporter van Reuter en zijn chauffeur, die op een straathoek stonden te praten, en die systematisch vanuit de lucht werden afgemaakt. Hetzelfde lot was de inzittenden van een auto beschoren, die enkel en alleen stopte om een van de gewonden te helpen. Daarbij kon men commentaren horen van de soldaten achter het scherm « oh yeah, look at those dead bastards » « Come on, let's shoot ». Nadat het de Amerikaanse militairen duidelijk wordt dat ze ook twee kinderen hebben neergeschoten, die bloedend in de auto liggen, hoort men als commentaar : « dat is hun eigen fout, hadden ze maar geen kinderen naar het slachtveld moeten meebrengen.. ».

Voor wie denkt dat dit allemaal geen rol speelt of vergezocht om de huidige geweldmentaliteit in onze landen te begrijpen, wil ik aangeven hoe het aanvaarden van de praktijk van foltering in onze landen binnendringt. In het afgelopen decennium is immers officeel het licht op groen gezet voor het folteren van van terrorisme verdachte personen.

Van Abu Ghraib naar Brussel.

Voor hij, als lid van het Amerikaanse leger naar Irak vertrok was Charles Graner een gewone gevangeniscipier. Hij werd een paar keer aangeklaagd door gevangenen omwille van geweldpleging en racisme. Die klachten kregen nooit een vervolg. Charles Graner werd in Irak de Amerikaanse militair die de folterpartijen in de Abu Ghraib gevangenis organiseerde. De praktijken kwamen aan het licht in 2004. Eens Graner in de oorlog tegen Irak terecht kwam en leider werd van een team in een gevangenis in Irak, vielen alle remmen weg. Van een 'gewone racistische burger' werd hij een 'monsterlijke folteraar'. Het was de oorlog die hem de vrijbrief gaf voor de meest ontstellende behandeling en foltering van Irakese gevangenen door Amerikaanse soldaten, die de wereld ooit te zien kreeg. Hij kreeg 10 jaar en werd zopas, na zes en een half jaar gevangenis, vrijgelaten.

Sinds Abu Ghraib zijn er minstens twee incidenten in de Belgische gevangenissen bekend, waarvan algemeen wordt erkend dat ze geïnspireerd zijn door de folteringen in Abu Ghraib. Op 11 november 2006 mishandelden drie dronken gevangenisbewakers gedetineerden uit de psychiatrische vleugel van de gevangenis van Mons op de manier van Abu Ghraib. Ze lieten de gedetineerden rondkruipen op handen en voeten, waarbij ze bevelen moesten opvolgen van ‘zitten’ en ‘likken’, met een lus rond de nek. Op 22 september en 30 oktober 2009 staakte het gevangenispersoneel van Vorst en nam een afdeling van de Brusselse politie de bewaking van de gevangenis over. Wat toen gebeurde werd in detail opgetekend door de Commissie van Toezicht van de gevangenis van Vorst en is terug te vinden in het Rapport van het Europees Comité ter preventie van Foltering van 2010 en moet niet onderdoen voor bepaalde scènes in Abu Ghraib. Slechts één voorbeeld. Politiemannen met een bivakmuts over het hoofd lieten een gevangene, in een isoleercel, op zijn knieën, naakt en wenend, beledigingen aan het adres van de profeet Mohamed herhalen.

Geen nood. Die incidenten gingen vrijwel onopgemerkt voorbij. De bevoegde overheden zullen deze zieken geesten snel verwijderen. Met 'rotte appels' hebben wij immers niets te maken.


Commentaires

Articles les plus consultés