De gevangenissen de-radicaliseren : Islam en moslimgevangenen als ‘usual suspects’. (part one)


door Luk Vervaet, voormalig leraar in de gevangenissen.


In haar voorwoord op Bloot of Boerka, een boek van Eric Hulsens dat binnenkort verschijnt1, beschrijft Hélène Passtoors2 het politiek klimaat in Europa, na haar decennia lang verblijf in Afrika en Zuid-Amerika. « Wat mij het diepst schokte na mijn terugkeer naar België was een Europees publiek in de ban te zien van oorlogstaferelen en krijgsvoortgangsrapporten. Een fenomeen dat ik, althans in Europa, alleen kende van de verhalen van mijn ouders die in 1944 hun oren plakten aan een krakende illegale kortegolfradio om op de BBC de voortgang van de Geallieerden op de voet te volgen en te tekenen op een al even illegale landkaart.. »
Het doet goed om een stem te horen die ons als het ware van buitenaf bezig ziet en ons met de neus op een realiteit drukt, waar we ons nog nauwelijks van bewust zijn.
Het oorlogsklimaat, waarover Hélène Passtoors schrijft, is er intussen alleen maar erger op geworden. Het nieuws en de verklaringen van onze politici sinds het begin van dit jaar, lijken wel op een oorlogsverslaggeving. Alsof we in middenin oorlogsgebied zitten. In een soort belegerde vesting, waar alleen de oproep om zich naar de schuilkelders te begeven ontbreekt.
« Islamist, fundamentalist, salafist, jihadist, ISIS, Daech, Boko Haram, terro-delinkwent, OCAD, terrorismedreiging niveau 1, 2, 3 of 4.. » het zijn allemaal begrippen die zich een weg hebben gebaand in onze woordenschat. 
Ook al weten we niet wat al die woorden precies betekenen, of welke lading ze dekken, de smell of fear, de taste of war die ze met zich meevoeren is door iedereen begrepen. Dit oorlogsklimaat tekent het kader waarbinnen maatschappelijke problemen vanaf nu zullen aangepakt worden. Waaronder de radicalisering binnen de gevangenissen. De gevangenis, zo luidt het, zou (mede)verantwoordelijk zijn voor de productie van nieuwe Jihadisten.

Wat schuilt er achter het nobele objectief om dit fenomeen te stoppen ?
Wie de humanitaire facade doorprikt, stelt vast dat de-radicalisering in werkelijkheid draait om criminalisering van opinies, die als radicaal worden bestempeld en die zo het risico zouden inhouden op het plegen van een terroristisch misdrijf. De de-radicaliseringspolitiek creëert een systeem van verdenking en vermoeden van schuld in de toekomst, zonder dat daar vandaag een materieel feit of een criminele daad moet aan beantwoorden. Het klasseren van de kenmerken van delinkwenten (bijvoorbeeld van moordenaars op basis van ouderdom, afkomst, werk, gedrag, familiale toestand, buurt, schoolcarrière enzovoort ..) om op die manier een risicogroep te definiëren, die kans maakt om in de toekomst een gelijkaardig misdrijf te plegen, is niet nieuw, en heeft overigens ook nooit gewerkt. Wat nieuw is, is dat islam als religie en de moslims onder de gevangenen gestigmatiseerd worden als de ‘usual suspects’ voor alles wat met (toekomstige) terreur te maken heeft.
Het invoeren van een risicoklassement onder de gevangenen, gebaseerd op vermoeden en verdenking, en het daarop volgende afzonderen van een deel van die moslimgevangenen in totaal of gedeeltelijk isolement, zonder dat daartegen beroep mogelijk is, zijn de hoofdkenmerken van de aangekondigde maatregelen. Op die manier doen Amerikaanse concepten hun intrede in ons gevangenissysteem, waarbij Guantanamo staat als symbool. Laten we dus voor mijn part een andere term toe te voegen aan onze oorlogswoordenschat. Die van de vootschrijdende « guantanamisering » van onze gevangenissen. 
 
1    Voor meer info over dit boek, zie www.antidote.be
2    Hélène Passtoors is Belgische journaliste, schrijfster en taalkundige.  Ze nam deel aan de bevrijdingsstrijd van het African National Congress of South Africa (ANC) en was politieke gevangene onder het apartheidsregime in Zuid-Afrika.

Commentaires

Articles les plus consultés