De foto’s van Lantin of de verloren eer van een beschaafde maatschappij

Luk Vervaet

We leven in staat van permanente crisis. Een economische en financiële. Maar ook een vluchtelingencrisis. Een veiligheidscrisis. Een crisis van het gerechtelijk apparaat. En ook een crisis van de gevangenissen. We zijn dermate gewoon geworden aan dit woord, dat we er de betekenis van vergeten zijn. Crisis komt van het Griekse woord “Krisis”, wat wil zeggen: breuk, en meteen ook: afzien van gemaakte keuzes, een andere weg kiezen.

Wanneer men on nu spreekt over crisis, dan is er geen gevoel van alarm en actie. Het woord verlamt. Het creëert een staat van onverschilligheid, wantrouwen en egoïsme, in plaats van precies onze empathie te activeren.  

De gevangeniscrisis dateert niet van het begin van de vakbondsstaking. Ze duurt al minstens vijfentwintig jaar. Ze begon al toen de economische crisis van 1973 toesloeg, die het einde aankondigde van dertig jaar onafgebroken groei en welvaart. Maar ze werd pas dramatisch sinds het begin van de jaren 90 van vorige eeuw, toen bijna alle West-Europese landen hun aantal gedetineerden en gevangenissen spectaculair de hoogte begonnen in te jagen. Een heuse liberale contrarevolutie, met cijfers die alle records braken sinds het einde van de twee wereldoorlog. Met dramatische consequenties en detentiecondities voor de gedetineerden, die men intussen wel kent.

De bouw van nieuwe gevangenissen moest het antwoord zijn op de explosie van het aantal gedetineerden. Maar noch de onafgebroken bouw van nieuwe gevangenissen (Brugge, Hasselt, Andenne, Ittre, Marche en Famenne, Beveren, Leuze en Hainaut..), noch de transfert van zeshonderd Belgische gedetineerden naar Tilburg, noch de opening van vijf nieuwe gevangenissen voor illegalen waren een antwoord. Ze hebben integendeel de crisis verdiept en toegelaten om meer en meer personen op te sluiten en de gemaakte keuzes verder te zetten.

Overdrijf ik ? Bekijk het rapport, gepubliceerd in 2016, over het jaar 2014-2015 van de Commissie van Toezicht van de gevangenis van Sint-Gillis in Brussel, waar ik tot enkele jaren geleden lesgaf. De detentieomstandigheden die erin beschreven worden en die dateren van voor de staking, zijn hallucinant. “Sinds juni 2015 gaat er in de gevangenis geen enkele activiteit meer door, een maatregel die door de directie werd genomen omdat er maar 328 bewakers zijn in plaats van 360. Dit wil zeggen dat er geen lessen doorgaan (het personeel van de organisaties die instaan om les te geven is technisch werkloos), geen socioculturele activiteiten, geen praatgroepen, geen erediensten, geen toegang tot sportzaal of bibliotheek”.  Maar naast deze uitzonderingstoestand is het gewone bilan als volgt: “Er is een gemiddelde overbevolking van 41%. Het merendeel van de gevangenen zit in een duo-cel van ongeveer 9M², met stapelbed en nauwelijks of geen privacy. Er is een gebrek aan allerhande schoonmaakgerief om de cellen proper te houden zodat sommige gedetineerden hun sokken gebruiken als vaatdoek. Er is een gebrek aan zeep om zich te wassen. Gedetineerden die geen geld hebben het moeilijk om hun persoonlijke hygiëne te verzekeren. In sommige cellen is er helemaal geen persoonlijke hygiëne meer, hetgeen ook het werk van de bewakers penibel maakt. De staat van de douches is mensonwaardig. Een gedetineerde in het cachot blijft er soms 9 dagen lang zonder zich te wassen of tanden te poetsen. Er is gebrek aan meubilair. Alle gedetineerden krijgen hun maaltijd op cel, ze eten naast het toilet, soms rechtopstaand, zonder stoel. Een gedetineerde die werkt verdient 80 cent per uur. Iemand die 8 uur per dag werkt kan aan een salaris van 120 euro per maand geraken. Er is een totaal gebrek aan medisch personeel. Er is één psychiater voor de hele gevangenis, die stelt dat de psychische toestand van de gevangenen catastrofaal is. Sancties worden getroffen zonder rekening te houden met de medische toestand van de gedetineerden. Mensen met aandoeningen zoals multiple sclerose of Parkinson werden opgesloten in het cachot. In 2014 pleegden 3 gedetineerden zelfmoord en overleden er vijf anderen”. En o ja, in vleugel D is er “een afdeling voor gedetineerden met tuberculose.” Wat me bij professor Cosyns brengt die vaststelde dat in de Belgische gevangenissen het aantal gevallen van tuberculose zestien keer hoger dan in de rest van de maatschappij, terwijl ook aids er vijfmaal meer, hepatitis C zeven keer meer en psychoses er vijfmaal meer voorkomen.


Bekijk het geweld van de foto’s van de gevangenis in Lantin of in Merksplas. En u ziet wat het woord crisis betekent. Als de vakbondsmanifestatie van 17 mei tegen de gebouwen van het ministerie van justitie u choqueerden, besef dan dat dit niets is, in vergelijking met het geweld dat de gedetineerden en hun families ondergaan. Als de beelden van het geweld en de brandstichtingen van de gedetineerden, en de niet-getoonde zelfmoorden en moord tijdens deze staking, u van uw stuk brengen, besef dan dat dit het geluid is van het lijden van mensen, dat de maatschappij niet wil horen. 

De enige “radicale” maatregelen, die de regering tijdens de afgelopen maand nam, waren gewelddadig: het zenden van het leger in de Belgische gevangenissen en het sturen van F16’s naar Syrië om de democratie en de mensenrechten te redden uit de handen van de Islamitische Staat. 

Oordeel zelf.

Commentaires

Articles les plus consultés