Tussen verleden en utopie : de bevrijdende politiek van Angela Davis. Deel 1 : De continuïteit van het verleden.

door Luk Vervaet 

Onder de titel :  “Angela Y. Davis : Freedom Is a Constant Struggle : Ferguson, Palestine, and the Foundations of a Movement” verzamelde Palestina activist en auteur Frank Barat negen interviews, toespraken en essays van Angela Davis uit 2013-2015[1]. La Fabrique éditions bracht enkele maanden later een Franse vertaling uit: “Angela Davis, Une lutte sans trêve”[2], zij het zonder het voorwoord van Cornel
West.
Samen met Martin Luther King, Malcolm X, de Black Panthers, Mumia Ab Jamal is Angela Davis wereldwijd wellicht het meest bekende icoon van de zwarte bevrijdingsstrijd in de VS. De verzamelde artikels in het boek getuigen van haar aanwezigheid in recente bewegingen als Occupy Wall Street, Ferguson, de BDS campagne voor de boycot van Israël, de campagnes tegen de executie van Troy Davis of tegen het politiegeweld in de VS, de Marche Pour la Dignité van october 2015 in Parijs… Wat bij haar aanwezigheid in de strijd van vandaag het meeste opvalt, is de bijna organische band die ze weet te smeden tussen de strijd van het heden en die uit het verleden. Het gaat haar daarbij niet alleen over feiten en gebeurtenissen, die we nooit mogen vergeten. Zoals de moordpartijen van de politie, de milities en de Ku Klux Klan in de jaren 50-60, die aan duizenden zwarten het leven hebben gekost (pg 142-144, 165). Het gaat ook niet om het verzamelen academische kennis of om een pleidooi om verder te doen zoals we vroeger deden. Het gaat haar om het voeden en inspireren van de strijd van vandaag met de revolutionaire geschiedenis van vroeger. 

In zijn commentaar op het boek schreef Mumia Abu-Jamal dat Angela Davis “vragen opwerpt en beantwoordt over gebeurtenissen van vandaag, waarbij de verrassende gelijkenis opvalt met de gebeurtenissen uit de voorbije eeuw”.
Mumia vat hier precies samen waarom dit boek een leerboek is, een must read voor elke militant en activist, jong en oud.

Leegte na de nederlaag

Het lijdt geen twijfel dat het revolutionair project van mijn generatie eind vorige eeuw wereldwijd de nederlaag heeft geleden. Het socialistisch perspectief en experiment in de vorm van de Sovjet-Unie of China stortte compleet in mekaar. Het kapitalisme zegevierde en regeert (en terroriseert) vandaag het menselijk bestaan tot in de verste uithoek van de planeet. “Er is geen alternatief” werd de slogan. “De-radicaliseren” werd de boodschap. Zowat alle belangrijke revolutionaire organisaties en partijen in Europa hielden ermee op. Of keerden de rug toe naar het verleden en vormden zich om tot een nieuwe generatie sociaal-democratische partijen.
Het resultaat was en is: een gebrek aan een emancipatorisch project, een politieke en ideologische leegte.
Een leegte die voor extreem-rechts de ruimte creëerde om een invloed te bereiken die vergelijkbaar is met die in de jaren dertig van vorige eeuw. Een leegte die we vooral aan de jonge generaties van militanten van vandaag als erfenis hebben nagelaten. Die maakt dat een religieus en  jihadistisch project vaak nog het enige revolutionair perspectief is dat radicale jongeren aanspreekt.    
Precies op dat punt brengt Angela Davis een bevrijdende visie en geeft ze ons een les in geschiedenis en dialectiek.

De continuïteit van het verleden.

Een kenmerk van de huidige heersende ideologie is dat ze de ervaring van revolutionaire strijd in de voorbij eeuw, ofwel afdoet als één van de grootste catastrofes uit de menselijke geschiedenis, ofwel uitveegt en doet of ze nooit bestaan heeft. Men wil de ervaring van de bevrijdingsstrijd uit de voorbije eeuw “tussen haakjes plaatsen”, stelt Davis, “aan ons om de scheiding tussen vroeger en nu neer te halen”. (86). Of nog : “Gebeurtenissen uit het verleden worden nu vaak voorgesteld als markante momenten uit de geschiedenis die geleid hebben tot de definitieve overwinning van de democratie, die dan wordt voorgesteld als het model voor de hele wereld en zelfs gebruikt wordt als rechtvaardiging voor bepaalde militaire interventies”. (69)

Voor Davis moeten we het revolutionaire verleden opgraven en van onder de laag beton halen, die het systeem er overheen heeft gegoten: “Onze collectieve relatie tot de geschiedenis is een centrale kwestie.” (140). Ze pleit voor “continuity”, “continuïteit van het verleden” in plaats van voor de “rupture”, “de breuk ermee” (69, 86). “We hebben moeite met onze geschiedenis, met ons te situeren binnen onze eigen geschiedenis…dat heeft te maken met de manier waarop massamobilisaties vandaag door de media behandeld worden, als snel voorbij en vergeten…” (150) Ze beaamt William Faulkner, die stelde: “Het verleden is nooit dood, het is zelfs nooit voorbij”. (140)
Hoe ze dat ziet, vind je door de aard van dit boek niet op een systematische manier weergegeven, maar sprokkel je bijeen in de verzamelde teksten.

Wie kent Martin Luther King en Nelson Mandela ?

Vooreerst stelt ze dat we de revolutionaire geschiedenis ofwel niet kennen, ofwel alleen maar abstract, oppervlakkig, in een door het systeem gepolijste vorm. (71)
Ze suggereert in dit boek tientallen boeken en namen, die we allemaal zouden moeten lezen en leren kennen. Bij wat we weten over de geschiedenis van de zwarte bevrijdingsbeweging gaat het vaak “om mythes en legendes”, schrijft ze (71). Zoals die als zou Lincoln de slaven hebben bevrijd. (77). Ze heeft een grenzeloze bewondering voor Martin Luther King of Nelson Mandela. Maar ze desacraliseert en demystifieert de aanvaardbare versie die van hen is gemaakt. Zo citeert ze stukken van ML King uit zijn Brief uit de gevangenis van Birmingham (66). Of nog : “Iedereen kent “I have a dream” van Martin Luther King, zegt ze, maar weinigen kennen zijn toespraak van Riverside, waarin hij de band legt tussen de zwarte bevrijdingsbeweging en de campagnes tegen de oorlog in Vietnam. Hetgeen maakt dat we een groot deel van de emancipatiestrijd van de XX° eeuw niet begrijpen...” (71-72). 
Hetzelfde geldt voor Mandela, die wordt voorgesteld als de vredesapostel, maar, zegt ze : “Wie kent de kameraden van Mandela die een essentiële rol hebben gespeeld in de uitschakeling van de apartheid ?” (51). En wie weet dat het wachten was “… tot 2008 voor de naam Mandela geschrapt werd van de Amerikaanse terroristenlijst. Mandela en zijn kameraden hadden precies hetzelfde statuut als vele Palestijnse leiders en militanten van vandaag” (54-55). 
Ze pas dat ook toe op zichzelf: “ik stond op de lijst van de tien meest gezochte personen door het FBI, hebt u de documentaire over mijn proces gezien, die net is uitgekomen?” (107), “ik heb in de gevangenis gezeten, vals beschuldigd van moord, kidnapping en samenzwering”. (17) “Ik stond op de lijst van de 10 meest gezochte door het FBI. Vandaag krijg ik daar applaus voor. Zo zie je maar welke verrassingen je wachten als je maar lang genoeg leeft en hoe de geschiedenis een wending kan nemen…”(161). En over het feit dat ze na haar proces werd vrijgesproken, zegt ze : “Het is dank zij een internationale solidariteitscampagne dat mogelijk is geworden wat voor onmogelijk werd geacht.”(161) 

Politieke gevangenen en communisten.

Dat iets tot het verleden behoort, ontslaat ons niet van onze verantwoordelijkheid, stelt Davis. “Het is onze plicht te strijden voor de vrijlating van al diegenen die zich vier decennia geleden, in de periode van radicaal en revolutionair militantisme, bereid toonden om hun leven te geven, opdat wij een wereld zouden kunnen opbouwen vrij van racisme, imperialistische oorlog, seksisme, homofobie en kapitalistische uitbuiting”. (108). En ze citeert de lange lijst van politieke gevangenen in de VS : van Ruchell Magee, de medebeschuldigde op haar eigen proces, die al bijna 50 jaar in de gevangenis zit, tot Mumia Abu Jamal, Leonard Peltier, Sundiata Acoli, de Angola 3 en alle anderen. (109) 
Ze trekt dit engagement door naar de politieke vervolgingen van vandaag: zoals die van de Cuban Five (91) of die van Assata Shakur, met wie ze een bijzondere band heeft. Assata Shakur, in de jaren 60 lid van de Black Panthers en later van de Black Liberation Army, ontsnapte uit de gevangenis en vluchtte naar Cuba. Op 2 mei 2013 werd Assata op de lijst van de 25 meest gevaarlijke en gezochte terroristen van de VS geplaatst. Angela Davis besteedt aan haar verdediging een bijzondere aandacht (84, 85, 105, 106, 110, 111, 133)

Daarnaast eert Angela Davis het werk van de militanten, die weggewist werden uit ons collectief geheugen, omdat ze communist waren: “Zullen we ooit de rol kennen die gespeeld werd door radicale organisaties van het begin van de jaren 1930-1940 in onze collectieve geschiedenis ? Ik denk bijvoorbeeld aan de Southern Negro Youth Congress, die uit de officiële geschiedenis is weggewist, omdat verschillende van zijn leiders communisten waren.” (72). Ze eert de communiste Claudia Jones (1915-1964, begraven in London naast Karl Marx) (73). De communistische advocaat William L.Patterson (1891-1980), een leider van de communistische partij (163). De Turkse communist Nazim Hikmet, « wiens woorden mij en alle communisten hebben geïnspireerd » (160).

Het volk is de maker van de geschiedenis.

Wat spreekt in dit boek is de beslissende rol die Angela Davis toekent aan het collectief en vooral aan de eenvoudige, anonieme mensen in de strijd voor bevrijding en emancipatie. Iedereen kent wel de boycot van de apartheidsbussen in Montgomery in 1955 en de naam van Rosa Parks. Het is de rol van de anonieme massa van zwarte vrouwen die we hierin moeten onderstrepen, stelt Davis. “ In de jaren 1950 waren 90 % van de zwarte vrouwen kuisvrouwen.. Zonder de weigering van die vrouwen om in de bussen te stappen, die hen naar hun werk in de blanke wijken brachten, zou een ML King misschien nooit op het voorplan zijn kunnen treden..”(74-75). “We moeten ons die eenvoudige vrouwen herinneren, die kuisvrouw waren, de kleren bleekten, in de keuken werkten en die geweigerd hebben om op de bus te stappen” (144).
Hetzelfde geldt voor het succes van de campagne van burgerlijke ongehoorzaamheid in Birmingham in 1963. “Het is misschien niet aan iedereen bekend, maar de succesvolle campagne in Birmingham kwam er dankzij de kruistocht van de kinderen begin mei 1963, waarbij een massa scholieren, jongens en meisjes, de politiehonden en de waterkanonnen trotseerden”. (67) Dat is waar voor de strijd van vandaag : “Ik betwijfel of we er ooit zullen in slagen de doodstraf af te schaffen zonder een echte volksbeweging.”(47)
Over de relatie tussen leiders en massa zegt ze dat we ons moeten ontdoen van de (vooral mannelijke) invulling van wat leiderschap betekent en steunt ze het idee van “wij zijn een beweging volledig samengesteld uit leiders”(96). Er worden in allerlei bewegingen nieuwe vormen van leiderschap en de vrouwelijke inbreng hierin uitgeprobeerd, schrijft ze (98). Maar tegelijk verzet ze zich tegen het individualisme, tegen het idealiseren van het gebrek aan politieke oriëntatie (97) en tegen het gebrek aan organisatie.  “Er is geen politiek zonder organisatie” (26). “Indien met de Occupy movement vooraf beter waren georganiseerd dan hadden we een volksbeweging tegen het kapitalisme kunnen tot stand brengen.” (47).

(Nota’s bij het nieuwe boek van Angela Davis, deel 1).

Dit artikel werd ook gepubliceerd in de boekrecensie van DeWereldMorgen




[2] http://www.lafabrique.fr/catalogue.php?idArt=959 Alle citaten en verwijzingen in het artikel komen uit de Franse vertaling.

Commentaires

Articles les plus consultés