Hans Van Temsche : de gemiste kans.

Luna zal nooit groot worden. Ze zal nooit een trouwfeest hebben, haar ouders nooit de vreugde van kleinkinderen schenken. Het dochtertje van Oulematou zal nooit de mama kennen die voor haar, haar grootouders en familie, in België kwam werken. En misschien, alleen maar heel misschien, wordt Sogul weer de mooie, energieke vrouw op de foto van vroeger.
En toch, ondanks al mijn respect voor de slachtoffers, het verdriet van de nabestaanden en het werk van hun advokaten, brengt de veroordeling tot een levenslange gevangenisstraf van de racistische moordenaar Hans Van Temsche (HVT) mij geen gevoel van ‘tevredenheid’ of ‘opluchting’.

Als dit assisenproces inderdaad historisch was, dan heeft het de historische kans gemist om een signaal te geven dat ons moet helpen om ons uit het moeras van geweld en racisme te halen, waarin we dreigen weg te zinken.

Ten eerste, wat de dader betreft.
De volksjury oordeelde dat er voor het racisme van HVT geen enkele verontschuldiging is. Daarmee drukte de jury uit hoe, op de verdediging van HVT na, ieder zinnig mens in dit land en over de grenzen erover denkt. Maar de volkomen terechte erkenning van de schuld van de dader en de straf die men op hem oplegt, zijn twee onderscheiden zaken. En precies op dit laatste punt overschrijdt dit proces de heersende, en steeds harder wordende repressieve logica niet. Dit proces stak op geen enkele manier een hand uit naar de jonge dader om hem toe te laten iets goed te maken tegenover zijn slachtoffers. En ook aan de nabestaanden biedt het alleen maar het perspectief van de opsluiting van HVT. Die wordt levenslang verwezen naar de gevangenis, naar de vuilbak en de vergeetput van de maatschappij, die alleen maar in het nieuws komt als de bewakers het niet meer zien zitten omwille van de overbevolking of als de gevangenen muiten, omdat dat voor hen de enige manier is waardoor men nog naar hen luistert. Zoals deze week in de gevangenis van Andennes waar 60 gevangenen zich barrikeerden en de inboedel in twee vleugels vernielden. Een gevangenis, waar in 2002-2003, op 15 maand tijd 7 doden vielen door zelfmoord, overdosis en moord. In dit soort gevangenissen zal hij de honderden jongeren vervoegen, die daar hun plaats niet hebben, maar nood hebben aan een aangepaste school, aan een intense begeleiding, aan nieuwe perspectieven om te herstellen wat ze hebben stuk gemaakt.
‘HVT is een narcist, een autist, gevoelloos, een gevaar voor de maatschappij met een risico tot herval van 98%…. ‘. Men heeft het recht dat allemaal in twijfel wil trekken, maar dan nog is het duidelijk, opnieuw voor ieder zinnig mens, en welk etiket men daar ook opkleeft, dat deze jonge racistische moordenaar hulp en verzorging nodig heeft. Men weet heel goed dat hij die verzorging en opvolging niet zal en kan krijgen in een gevangenis. Omdat een gevangenis op zich al een samengeveegde concentratie is van sociale miserie, een instituut dat niet dient om ‘zorgen te verstrekken’, en die ook niet kan geven, ook al zou ze dat willen. Maar men wil hem niet naar een verzorgingsinstelling sturen, omdat men vreest dat hij dan te snel op vrije voeten zou zijn. Laat ons dan maar onmiddellijk al dat soort instellingen sluiten. Men kan zich afvragen of we wel echt afstand genomen hebben van de doodstraf en of we in de feiten ‘doodstraf door executie’ niet vervangen hebben door de (langzame) ‘doodstraf door opsluiting’. De getroffen families worden nu vervoegd door een vierde : men vergeet soms dat ook de familie van de dader levenslang boet voor de misdaad van een familielid.

Ten tweede heeft dit proces het niveau van de individuele schuld van HVT niet overschreden. Het stelt op geen enkele manier de maatschappelijke schuld en verantwoordelijkheid ten opzichte van jonge daders als HVT.
De wereld is een dorp geworden en alles wat bij ons gebeurt is deel van wat er zich elders in de wereld afspeelt en omgekeerd. Deze week alleen haalden drie jonge moordenaars alle journaals en kranten, ook in ons land. Op de dag van de uitspraak tegen HVT stak een 14 jarige jongen een 16 jarige medeleerling dood in Amsterdam. Eerder deze week werden in de Amerikaanse staat Wisconsin 9 jongeren tussen de 14 en 20 neergeschoten door een jonge ‘jaloerse’ hulpsherif : 6 van hen zijn dood. En in de Amerikaanse staat Cleveland kogelde een 14 jarige jongen, uit wraak voor zijn schorsing op school, twee leraars en twee medestudenten neer en pleegde daarna zelfmoord. Moet de schuldvraag naar de maatschappij voor dit geweld en voor deze moordpartijen niet met meer nadruk gesteld worden dan die van de jonge daders ? Om die moeilijke en complexe vraag te ontlopen, is het enige antwoord dat de maatschappij biedt : hardere repressie. Zoals de voorstellen die op de onderhandelingstafel liggen van de komende regering over de ‘hardere aanpak van de 14 tot 16 jarige delinkwenten’.
Wat geldt voor geweld, geldt ook voor het racisme. De negatieve signalen van de maatschappij op dit vlak zijn de voedingsbodem voor de ontsporingen à la HVT. Het is in dit verband hallucinant dat een toekomstige regering het gemakkelijker en sneller eens wordt over een harder migratie en asielbeleid dan over Brussel Halle Vilvoorde.

Niet alleen dit proces, maar wij, alle maatschappelijke acteurs, hebben gefaald in dit proces.
Ten tijde van de Witte Beweging, in de week van 15 oktober 1996, vandaag precies 11 jaar geleden, hadden er in de bedrijven 78 spontane werkonderbrekingen en uit de scholen vertrokken 129 studenten- en scholierenbetogingen ter verdediging van de verdwenen kinderen. De maatschappelijke schokgolf die toen door het land trok heeft van de bescherming en het respect voor de kinderen van het volk een centrale maatschappelijke kwestie gemaakt. Voor de jongeren van vandaag, aan wie dit allemaal is voorbijgegaan, hadden wij vandaag hetzelfde kunnen en moeten doen, ditmaal tegen het geweld en het racisme. Ook dit is een gemiste kans.

Luk Vervaet, leraar in een gevangenis.

Commentaires