Open Brief aan de ministers van justitie van België en Nederland

Brussel, 17 augustus 2008

Geachte Heer Vandeurzen,
Geachte Heer Hirsch Ballin,

Als familieleden van 14 Nederlandse gedetineerden in Brussel hebben wij ons verenigd in een comité onder de naam Relief om onze belangen en die van onze gedetineerde familieleden in Brussel te behartigen. Wij vragen uw tussenkomst rond twee problemen, die maken dat wij ons in een volkomen geblokkeerde situatie bevinden.
Ten eerste maakt de overbevolking van de Belgische gevangenissen dat onze familieleden, vele maanden na hun veroordeling, nog steeds onrechtmatig in een huis van arrest verblijven en niet naar een normale gevangenis worden getransfereerd. Zoals U weet is de gevangenis van Sint-Gillis vooral een arresthuis voor het gerechtelijk arrondissement Brussel. Iedereen die bekend is met de gerechtelijke wereld weet dat het regime in een huis van arrest niet vergelijkbaar is met dat van een gewone gevangenis. Met alle gevolgen vandien.
Ten tweede is er de achterstand van de Strafuitvoeringsrechtbank in Brussel. In de krant konden wij lezen : "Brusselse strafuitvoeringsrechtbank kampt met achterstand. (04 augustus 2008). Justitieminister Jo Vandeurzen (CD&V) geeft toe dat de drie strafuitvoeringsrechtbanken van het hof van beroep in Brussel met een serieuze achterstand kampen. Op 21 maart was daar in 310 dossiers de wettelijk voorziene termijn van twee maanden voor het behandelen van de vraag tot vrijlating overschreden." Deze achterstand geldt enkel en alleen voor de gevangenissen in Brussel.
Wij doen beroep op uw tussenkomst.
Onze gedetineerde familieleden bevinden zich voor de eerste maal in hun leven in een gevangenis. Zij zijn geen geweldcriminelen. Zij heten niet Dutroux of Fourniret. Wij vragen niet om een voorkeursbehandeling, evenmin om een strafvermindering.
Maar wij vragen wél dat zij als normale gedetineerden zouden behandeld worden. Wij willen niet langer het slachtoffer zijn van de fouten, de achterstand of van het foute beleid van de overheid inzake justitie. Er worden ons beloftes gedaan die nooit worden nagekomen : men belooft ons hun overplaatsing naar een normale gevangenis (‘ze staan op de lijst’), men belooft ons een oplossing voor de grote achterstand inzake de strafuitvoeringsrechtbank. Maar in de praktijk verandert er niets en de tijdsperiodes die wettelijk voorzien zijn voor hun verschijning voor de rechtbank worden stelselmatig overschreden.
Al wat wij vragen is een toepassing van de bestaande wetten en een menselijke oplossing voor onze problemen.
Verblijven in een huis van arrest betekent dat onze familieleden zich permanent in een ‘voorlopige situatie’ bevinden. Die ‘voorlopige situatie’ ontzegt hen de rechten en de meer menselijke levensomstandigheden van een normale gedetineerde.
In een huis van arrest is niets voorzien van wat wel voorzien is in een normale gevangenis. Onze familieleden zijn er, winter of zomer, 22 uur op 24 uur opgesloten in een cel, alleen of met twee. Dat doet men zelfs een dier niet aan.
Zij hebben, behalve de twee uur wandeling per dag en een uurtje recreatie om de paar dagen (in een leeg leslokaal), geen enkele vorm van ontspanning of bewegingsvrijheid. Sportvoorziening is er niet. De hygiene (bijvoorbeeld de staat van sanitair en douches (2 maal per week !), is een groot probleem.
Er is een minimum van vorming voorzien, maar verschillenden onder hen wachten al maanden op een mogelijkheid om vorming te volgen. Een beroep kunnen ze niet leren in de gevangenis, want er is, opnieuw, niets voorzien. Kunnen werken is een gunst. Allemaal dingen die in strijd zijn met de wet van 12 januari 2005 betreffende het gevangeniswezen en de rechtspositie van de gedetineerden, die gepubliceerd werd in het Belgisch Staatsblad van 1 februari 2005.
Verblijven in een huis van arrest betekent ook dat er voor onze familieleden op geen enkele manier gewerkt wordt aan hun terugkeer naar de maatschappij, naar de familie, werk en woonst.
Begeleiding is een onbestaande zaak. Men vraagt hen getuigschriften over werk en woonst met het oog op een voorlopige invrijheidsstelling, maar in tegenstelling tot de Belgische gevangenen, hebben zij, als "buitenlanders", geen mogelijkheid op penitentiair verlof om ook effectief werk te zoeken of problemen van werk of woonst op te lossen.
Wij hebben het als families van Nederlandse gedetineerden in België dubbel zwaar. Zoals voor iedere familie van een gedetineerde is ons leven er zonder het inkomen van man of zoon, moeilijker op geworden. Maar daarenboven betekent op bezoek gaan naar de gevangenis, met of zonder de kinderen, voor ons een hele dag onderweg zijn. Een reis uit Nederland naar Brussel is duur, net als de telefoon. Ondanks hun vraag om dichter bij de Nederlandse grens te mogen verblijven of om naar een Nederlandse gevangenis te worden overgebracht, om zo dichter bij onze families te kunnen zijn en zo voor ons het bezoek gemakkelijker te maken, blijft de toestand zoals hij is.
In België worden straffen uitgesproken met in het achterhoofd dat men maar een derde of twee derden (in geval van recidive) van zijn straf moet doen. Dit blijkt niet alleen in de praktijk niet waar te zijn, maar bovenop dit alles meldt men ons nu dat hun verschijning voor de Strafuitvoeringsrechtbank om te beslissen over een voorlopige invrijheidsstelling, waarvoor zij wettelijk gezien in aanmerking komen, uitgesteld is.
Dan begrijpt U dat de frustratie, de onzekerheid, het wantrouwen, de angst en de boosheid met de dag toenemen.
Wij vragen daarom dat u dringend zou tussenkomen om een einde te stellen aan deze situatie.
Met hoogachting en met dank bij voorbaat
Relief
Contact :
Luk Vervaet (België) vervaetluk@gmail.com
Raoel Fer (Nederland) raoel_g@hotmail.com

Lettre ouverte aux ministres de la justice de la Belgique et des Pays-Bas

http://www.prison.eu.org/article.php3?id_article=11054

Commentaires

Articles les plus consultés