Tegen de uitlevering van Nizar Trabelsi aan de VS


http://www.kifkif.be/page?&orl=1&ssn=&lng=1&page=andereopinies&are=2757


Bij de mogelijke uitlevering van Nizar Trabelsi aan de VS :
Voor wanneer een gebaar van verzoening ?
Luk Vervaet, gevangenisleraar.

Op donderdag 29 april bekijkt een rechtbank in Brussel in een extra zitting een laatste maal het dossier van de uitlevering van Trabelsi aan de VS. Meer in het bijzonder gaat het over de vraag of zijn uitlevering zo goed als gelijk staat met het tekenen van zijn doodvonnis. In een brief over de mogelijke strafmaat (11 november 2009) stelde het Amerikaanse ministerie van justitie immers onomwonden dat Trabelsi kans maakt op « tweemaal levenslang zonder mogelijkheid tot strafvermindering » ( two times life without parole). Wanneer de rechtbank te Brussel zijn advies over de uitlevering zal klaar hebben, is het aan de Minister van Justitie om de knoop door te hakken. Sinds december 2009 is er door de verdediging van Trabelsi alvast een procedure in gang gezet voor het Europees Hof in Straatsburg om een eventuele uitlevering alsnog te beletten.

Trabelsi : van prof-voetballer tot amateur-terrorist.

In juli van dit jaar wordt Nizar Trabelsi, de internationale voetbalvedette, die ooit voor Tunesië, België en Duitsland speelde, 40 jaar oud. Op die dag zal hij al bijna een kwart van zijn leven doorgebracht hebben in een Belgische gevangeniscel. 10 jaar geleden, in september 2000, vertrok Trabelsi naar Pakistan en vandaar naar Afghanistan. Daar hielp hij met zijn geld moskeeën en waterputten bouwen. Hij zou er in een trainingskamp terechtkomen, en, naar eigen zeggen, terugkeren met een plan om een aanslag te plegen tegen de militaire basis van Kleine Brogel, waar Amerikaanse atoomwapens en militairen zijn gelegerd. Die terugkeer naar België gebeurde in juli 2001. Op 9 september 2001, stortten vliegtuigen zich te pletter op de torens in New York. De wereld stond even stil. De hele Westerse wereld maakte zich onmiddellijk op om terug te slaan. Nauwelijks één dag na nine eleven arresteerde de Belgische politie Nizar Trabelsi in Brussel. Trabelsi hoefde niet opgespoord of gezocht. Het was voldoende om aan te bellen aan zijn appartement en hem de boeien om te doen. Zijn hele handel en wandel, van zijn vertrek en zijn verblijf in Afghanistan tot en met zijn terugkeer naar België, waren perfect bekend bij de veiligheidsdiensten. Meer dan een hoogdringend gerechtelijk of politioneel ingrijpen had de blitz-arrestatie van Trabelsi te maken met het geven van een politiek signaal. België had zijn trofee. Het kon zeggen dat het een Amerikaans WTC scenario in België (en Europa) had verijdeld : een zendeling van Ossama Ben Laden was in de hoofdstad van Europa gearresteerd terwijl hij een aanslag voorbereidde. Dat Trabelsi noch het professionalisme, noch het netwerk, de onderduikadressen, het geld of de wapens van de aanslagplegers in New York had, deed er niet toe. Werd er nooit enig tastbaar bewijs geleverd dat de aanslagen in New York het werk waren van Ben Laden, bij Trabelsi vond men wat men zocht. Hij zou al heel snel tot in de details bekennen wat er zich in zijn hoofd afspeelde : van zijn goede contacten en zijn grenzeloze bewondering voor Ben Laden tot zijn preciese plan voor een aanslag. De Amerikanen zouden zich dan ook vanaf de eerste dag in de zaak van deze gevangen « luitenant van Ben Laden » komen mengen : ze waren aanwezig op de proceszittingen, ze kwamen hem meerdere malen in België ondervragen en zouden hem zelfs een deal voorstellen voor informatie over wie in de basis van Kleine Brogel « de mol » was. Trabelsi van zijn kant, zijn internationale vedettenrol getrouw, speelde met graagte de rol van icoon van het radicaal islamisme. Maar dat hij niets had van een staalharde terrorist kon niemand ontgaan. Ten eerste had hij nooit een vlieg, laat staan een mens, kwaad gedaan, niet in België maar evenmin elders in de wereld ; de intenties die hij had, bekende hij voluit, zonder dat men hem daarvoor een haar had moeten krenken ; in zijn verklaringen in de pers stelde hij meermaals dat hij zich bij zijn vrijlating nog alleen met zijn gezin wilde bezighouden, en geen intentie meer had om wie dan ook pijn te doen of te doen lijden. Vergelijk dit maar eventjes met het profiel van de (ex-)strijders van de CCC of het IRA.

De maximumstraf in België, Tunesië en de VS

Na twee jaar voorarrest kreeg Trabelsi in 2003 voor « het plannen van een terroristische aanslag » de in België voorziene maximumstraf van 10 jaar effectieve opsluiting.
Niet alleen België zou hem voor zijn plan veroordelen. Ook Tunesië en de VS zouden dat doen. Omdat hij de Tunesische nationaliteit heeft verscheen zijn zaak in januari 2005 voor een Tunesische militaire rechtbank die hem tot 20 jaar gevangenisstraf veroordeelde omwille van « lidmaatschap van een buitenlandse terroristische organisatie in vredestijd ». In april 2006 kwam zijn zaak voor een Federal Grand Jury in de Amerikaanse staat Columbia. Die stelde hem in beschuldiging van : « bendevorming met het doel Amerikaanse burgers te doden, bendevorming met het doel massavernietigingswapens te gebruiken, materiele steun en effectieve steun verleend te hebben aan een buitenlandse terroristische organisatie, (in casu Al Qaida). » De VS vroegen daarop zijn uitlevering. Op de beschuldiging van bendevorming met terroristisch oogmerk staat in de VS een maximumstraf van levenslange opsluiting, in zijn geval tweemaal levenslang, en zonder mogelijkheid op strafvermindering. Op de beschuldiging van steun aan een terroristische organisatie staat 15 jaar, in zijn geval ook tweemaal. Op 19 november 2008 besliste de Raadkamer van Nijvel het licht op groen te zetten voor zijn uitlevering.
.
Van Football tot Punching ball.

Omwille van het etiket « terrorist » is Trabelsi de afgelopen negen jaar aan het strengste gevangenisregime onderworpen dat er in België denkbaar is. Vooreerst is hij onophoudelijk van de ene gevangenis naar de andere getransfereerd : van Lantin, naar Aarlen, naar Itrre, naar Nijvel, naar Brugge en terug. Vervolgens werd hij, niet omwille van een ‘disciplinaire’ maatregel, maar omwille van ‘administratieve’ redenen, met de regelmaat van een klok opgesloten in de speciale maximum security units, een soort gevangenissen binnen de gevangenis, in het Bloc U van Lantin of het AIVB in Brugge. Dit aanhoudend regime van totale isolatie werd ingesteld op bevel van de hoogste gevangenisautoriteiten, tegen medisch advies in, tegen het advies van sommige gevangenisdirecteurs in, ondanks herhaaldelijk beroep van zijn advokaten en ondanks zijn eigen hongerstakingen. Tenslotte werd aan Trabelsi omwille van zijn veroordeling voor terrorisme in de voorbije negen jaar elke wettelijk voorziene mogelijkheid tot strafvermindering of mogelijkheid op reintegratie ontzegd. Vanaf 2004 kwam Trabelsi in aanmerking voor penitentiair verlof. Hij heeft nooit één dag gekregen. Vanaf 2005 kwam hij in aanmerking voor een voorwaardelijke invrijheidsstelling. Geweigerd. In datzelfde jaar vroeg hij ook politiek asiel aan in België. Geweigerd.
Trabelsi zou een gedroomde punchingball blijken voor de anti-terreurspecialisten. Door hem konden ze in België een maandenlang terreuralarm afkondigen en verdachte islamisten aanhouden. Terwijl overal in de wereld de vuurpijlen de lucht ingingen, lastte Brussel als enige Europese stad in 2007 het feest en nieuwjaarsvuurwerk af omwille van « terreurgevaar ». Dat bleek te gaan over ontsnappingsplannen van Trabelsi, die werd overgeplaatst van Aarlen naar Lantin. Vragen in het parlement over het ‘sérieux’ van deze anti-terreur operatie bleven onbeantwoord en Trabelsi zelf werd hierover nooit ondervraagd of van iets beschuldigd. In november 2008 wordt hij vanuit de gevangenis van Nijvel getransfereerd naar Ittre, nadat er geruchten waren dat hij zou willen ontsnappen vanuit Nijvel. In december 2008 wordt hij van Ittre naar Brugge getransfereerd omdat hij vanuit de gevangenis de Belgische arm van Al Qaïda zou leiden vanuit de gevangenis. Wanneer Ashraf Sekkaki in juli 2009 met een helicopter ontsnapt uit de gevangenis van Brugge, wordt Trabelsi, die op dat ogenblik in Bloc U in Lantin zit, aan hem gelinkt en enkele weken later worden « scheermesjes gevonden in de nabijheid van zijn cel ». Zijn transfert naar Brugge volgde onmiddellijk en zijn isolement werd nog verzwaard : behalve familieleden mocht Trabelsi vanaf augustus 2009 niemand meer zien.

Geweld en tegen-geweld.
Nadat in 2008 bekend werd dat de VS om zijn uitlevering vroegen, besloot ik Trabelsi te gaan bezoeken in de gevangenis van Lantin. Die bezoeken verliepen allemaal volgens het boekje, met de nodige officiële aanvraag, screening, toelating, fouillering en een bewaker voor de deur bij elk bezoek. In artikels van de hand van journalist Claude Demelenne, MR senator Destexhe en Nadia Geerts, het trio dat in Franstalig België de media-jacht op « islamo-gauchisten » organiseert, werd gesuggereerd dat ik « dubieuze banden » onderhield met de « terrorist Nizar Trabelsi ». En dat, vonden ze, mijn ontslag als gevangenisleraar in augustus 2009 om (geheime) veiligheidsreden bijgevolg niet meer dan « terecht en normaal » was. De zaak Trabelsi werd in België zo ook de aanleiding om een beroepsverbod in te stellen voor de mensen die hem bezochten. Over mijn bezoeken en over mijn « dubieuze banden » met Trabelsi wil ik hetvolgdende kwijt.
Vooreerst, en dit is op zich natuurlijk geen argument in de discussie, maar binnen de beeldvorming over het soort « onmensen en barbaren » die we in Afghanistan bestrijden, heeft het zijn belang : de geboeide man met een religieuze baard die u af en toe op een foto in uw krant ziet, is een Mens, zoals u en ik. Met zijn imposante atletische gestalte, is hij gewoon een bijzonder vriendelijk en zacht persoon. Er zijn voldoende psychiaters, gevangenisbewakers en mensen binnen het gerechtelijk apparaat die dit zullen bevestigen. En hij maakte natuurlijk ook zijn naam bij de gedetineerden. « Proselytisme », heet dat dan. Tijdens een van de weinige keren dat hij niet in een speciale beveiligde eenheid verbleef, zat een tot levenslang veroordeelde Belg in de cel naast Trabelsi. Ik heb het verhaal van een advokaat en niet van Trabelsi. De man was depressief, kwam zijn cel niet meer uit, rookte alleen maar, waste zich zelden of nooit en at nog nauwelijks. Het is Trabelsi die er hem moreel terug bovenop hielp. Die man zei aan zijn advokaat : « als ik ooit recht krijg op pentitentiair verlof is Trabelsi de eerste die ik bezoek ». De man die ik bij mijn bezoeken aan Lantin voor me had was, na bijna tien jaar opsluiting, ook een fysiek, maar vooral psychisch beschadigd mens. Trabelsi is een heel emotioneel iemand. Hij sprak me veel over de dood, maar vooral over kinderen. Tot op het obsessionele af, zeggen sommigen. Toen ik hem bezocht haalde hij zijn plakboek met krantenknipsels boven dat hij in de loop der jaren heeft samengesteld. De meeste knipsels en foto’s gaan over vermoorde kinderen in de oorlogen in Irak, Afghanistan en Palestina. « Palestina, Palestina, » meer dan Afghanistan of Irak is Palestina het woord dat altijd terugkomt. Hij toonde me een foto van een Palestijns kind, alleen het hoofd, geen lichaam. « Als ik ooit een boek schrijf, moét die foto op de voorpagina », zei hij me, als ik lichtjes protesteerde en zei dat dit waarschijnlijk niet het beste verkoopsargument was voor zijn boek. Trabelsi heeft zelf een kind verloren, een ervaring waar hij duidelijk nog altijd niet overheen is en waar hij moeilijk over kan praten. Telkens er in de media sprake was van de Belgische ouders van verdwenen en vermoorde kinderen, schreef hij een steunbericht. Toen hij in de gevangenis van Ittre zat werd er in de gevangenis verteld dat hij iets tegen Dutroux zou willen ondernemen. Men kan beweren dat dit allemaal « pose » is, die moet dienen als een rechtvaardiging achteraf. Ik denk het niet. Men kan niet gedurende bijna een decenium opsluiting een « pose » blijven aannemen. Ik heb heel wat ‘crimineel volk’ over de vloer gehad in mijn lessen in de gevangenis, ik was wel eens naïef, ik heb me wel eens vergist in iemand, maar in het algemeen bleek mijn kijk op de mensen nogal te kloppen.
Door een paar dingen van Trabelsi op te noemen, wil ik van hem geen martelaar, een bron van inspiratie of een onschuldig slachtoffer maken. Ik wil alleen enkele clichés over « de internationale terrorist Trabelsi » opzij schuiven en komen tot de echte vraag in de affaire Trabelsi. Trabelsi was een succesvolle internationale getalenteerde voetballer, een man die tot zijn vijfentwintigste alles met carrière, succes en geld van doen had, maar niets met geloof, laat staan met geweld. Wat bracht zo iemand naar Afghanistan ? Wat bracht hem ertoe om daar zowat al zijn geld uit te geven aan humanitaire projecten ? En vervolgens terug te keren naar België met een plan in zijn hoofd om een aanslag te plegen ?
Noami Klein stelde dezelfde vraag toen ze schreef over de mislukte bomaanslagen in Londen in juli 2005. In haar stuk « Terror's Greatest Recruitment Tool » ( 11 Augustus 2005) schreef ze : « La Republica meldt dat Hussain Osman, een van de mannen die ervan verdacht wordt deelgenomen te hebben aan de poging tot bomaanslagen in London op 21 juli (hij werd gearresteerd in Rome op 29 juli 2005, lv), aan Italiaanse onderzoekers vertelde dat ze de aanslagen voorbereiden door naar « films te kijken over de oorlog in Irak. » Speciaal naar die « waar vrouwen en kinderen werden gedood en uitgeroeid door Britse en Amerikaanse soldaten… of naar die waar wenende weduwen, moeders en dochters in te zien waren.. ». En ze schrijft : « …wat Osman aan het licht brengt is dat onze tolerantie voor de barbarij, die begaan wordt in onze naam, het terrorisme voedt. » Ik had zelf geen antwoord op de vraag wat de zaak Trabelsi ons leert. De vraag is in België niet eens gesteld. Mijn "dubieuze banden" met Trabelsi bestonden erin om hem aan te zetten zijn verhaal voor ons op papier te zetten. Iets waaraan hij in zijn isoleercel wekenlang heeft gewerkt. Iets dat we nooit hebben kunnen afwerken omdat ik na zijn overplaatsing van Lantin naar Brugge in augustus 2009 eerst van zijn bezoekerslijst werd geschrapt en daarna verbod kreeg om nog een voet in een van de Belgische gevangenissen te zetten.

Doodvonnis of asiel.

België is al even lang in de Amerikaanse oorlog tegen Afghanistan verwikkeld als Trabelsi in de gevangenis zit. Trabelsi is het soort mensen dat onze soldaten in Afghanistan bevechten. Zijn proces, zijn mogelijke uitlevering, zijn jarenlange isolatie zijn minder een onderdeel van een evenwichtige justitie dan wel een onvermijdelijk onderdeel van die oorlog. België is zelf te veel betrokken partij om Trabelsi onpartijdig te kunnen beoordelen, en diegenen voor wie ons land vecht in Afghanistan, namelijk de VS, zijn daar al helemaal niet toe in staat.
Ik pleit voor het neerleggen van de wapens. Voor het stopzetten van het Belgische engagement in Afghanistan. 10 jaar uitzichtloze oorlog is genoeg. Ik pleit ervoor dat de Belgische justitie de uitlevering van Trabelsi aan de VS weigert. Ik pleit voor het op gang brengen van een dialoog met diegenen die tegen ons de wapens (willen) opnemen, met de Trabelsi’s en met al de anderen die we nu onderbrengen onder titels als « het kamikazenetwerk voor Irak van Muriel Degauque » of « de Afghaanse filière van Malika al Arud ». De Britten deden het met succes in Noord-Ierland met het IRA en Sinn Fein. De zaak Trabelsi is misschien de gelegenheid om opnieuw aan te knopen met een andere oude traditie. De Franse president Mitterand gaf in 1985 een paar honderd leden van de Italiaanse Rode Brigades politiek asiel in Frankrijk omdat ze in Italië geen schijn van kans maakten op een fair proces en op voorwaarde dat ze afzagen van de gewapende strijd. De Braziliaanse president deed in 2009 hetzelfde met Cesare Battisti van de PAC (de Gewapende proletariërs vooor het communisme), van wie Italië de uitlevering vroeg omdat hij tot levenslang is veroordeeld voor vier moorden. Wat belet België om een gelijkaardige stap te doen ?

Commentaires

Articles les plus consultés