Blues over Gaza, tussen verdriet en verzet
Het is 8 uur. Ik zit op het terras, vierde verdieping, tussen de bloemen en de planten, we hebben zelfs een paar trosjes druiven dit jaar. De sliertjes wolkjes smelten weg door de zon die achter de daken verschijnt. De Palestijnse vlag wappert stevig. Net als bij enkele anderen in de straat, hangt ze hier al drie jaar op ons terras. We moesten ze al eens vervangen, ze was bijna aan flarden gescheurd en verbleekt door wind en zon en regen. Alsof ze ons wou zeggen: dit is alles wat er overblijft van Gaza. In Gaza zijn er geen terrassen meer. Geen bougainvillabloemen meer die ooit de straten en terrassen sierden. Bloemen vind je daar alleen nog op de kerkhoven. Ik drink mijn eerste koffie, zwart met suiker, op z’n Italiaans. Mijn eerste sigaret: Lucky Strike-roltabak. Niet meer dan tien sigaretten per dag, of toch ongeveer, anders verklaren mijn dokters me helemaal voor gek. De vuilnisophalers zijn weg. Duiven scheren langs de appartementen - de vliegende ratten van de ...