Terug naar de gevangenis

 

 
(De gevangenisrevolutie van Van Quickenborne deel 2)

Ik ga weer naar de gevangenis. Of, om eens een andere benaming te gebruiken, naar een van de 43 penitentiaire instellingen of detentiekampen, als je de detentiecentra voor illegalen meetelt, die ons land rijk is, en zonder de constructies mee te tellen die in aanbouw zijn. Als je die laatste er bijtelt zijn er binnenkort zo’n 50 gevangenissen in België. Een absoluut record. Het record van meer dan 13000 gevangenen, gestockeerd op 11000 plaatsen, en waarvan er zo’n 700 op de grond slapen, dat record is al een jaar geleden gebroken.   

Terug naar de gevangenis dus, in mijn geval niets bijzonders zoals de titel misschien suggereert. 

Ik ga er niet heen als een recidivist of als een van de 3000 mensen die een briefje ontvingen om zich aan te melden in de gevangenis na enkele jaren angstig afwachten op een vrijgekomen plaats. Ik ga ook niet meer, zoals vroeger, als leraar of als lid van een Commissie van Toezicht, maar als bezoeker. Na een onderbreking van twee jaar, omwille van gezondheidsproblemen allerhande. Een onderbreking misschien ook omwille van de vermoeidheid en de frustratie door de menselijke problemen in de gevangenis die je onvermijdelijk opstapelt en met je meedraagt. Respect voor collega’s die volhouden zonder hun menselijkheid te verliezen, in het bijzonder voor hen die naar buiten brengen wat ze zien en meemaken, zoals de dokter uit Haren.(1)

Dezelfde weg naar Leuven, dezelfde trein, dezelfde gevangenis, dezelfde controles aan de ingang, hetzelfde onaangenaam gevoel. 

Deze gevangenis staat nog altijd in de stad, ze is een historisch monument uit 1860. Ze heeft niks modern zoals die van Haren, althans niet te zien van buitenaf voor een bezoeker als ik. In deze gevangenis voor langgestraften – veroordeelden tot levenslang of tot minstens 10 en 15 jaar, al zijn er nu ook mensen met minder dan 10 jaar bijgekomen -   niet de agitatie en de drukte die je in de arresthuizen aantreft. Er heerst een gelatenheid die je alleen in de strafgevangenissen voelt. Al ontsnapte ook deze gevangenis niet aan de politiek van uitbreiding van de capaciteit. Om meer langgestraften te kunnen opvangen uit andere (overbevolkte) gevangenissen gebeurden er een tiental jaar geleden renovatiewerken, waardoor ze hier nu met zo’n 400 gevangenen zijn. Daarvoor werd een hele cellenvleugel (gelijkvloers + twee verdiepingen) gerenoveerd wat 100 extra cellen opleverde, een netto uitbreiding van de capaciteit met enkele tientallen cellen. Er is, voorlopig, geen overbevolking, niet zoals in de Leuvense hulpgevangenis een eind verderop. 

Te laat

Ik heb me gehaast, ik ben een minuut of twee te laat, maar de wachtzaal om binnen te gaan zit nog vol. De man achter het loket bekijkt het horloge en zegt dat ik te laat ben. Mijn trein had vertraging zeg ik en ik toon hem als bewijs de foto op mijn telefoon van het bord in het station. Hij bekijkt de foto met een half oog, en geeft me toch een sleuteltje voor het kastje om mijn spullen in op te bergen en een badge met mijn naam en foto. De man is niet vriendelijk of onvriendelijk, maar correct, en zo heb ik ze het liefst.

Zestig jaar

Ik breng een bezoek aan S., hij wordt morgen zestig. Hij zit al meer dan drieëntwintig jaar in de cel. Twee jaar geleden schreef ik over hem een brief aan de gevangenisdirectie en aan de PSD (psychosociale dienst), zonder antwoord. Dan maar een Open brief, maar ook daarop kwam geen reactie.(2)  Waar moeit die zich mee, wat denkt die wel, moeten ze daarboven gedacht hebben. In de brief stelde ik onder meer de vraag of het echt de bedoeling was om S. het contingent van de vijfhonderd gevangenen van boven de zestig jaar te doen vervoegen. Ja dus. 

De ontmoeting is hartelijk. We omarmen mekaar. Ik heb een cadeautje voor je gemaakt, zegt hij, je moet het afhalen in een bureau bij het buitengaan. Je ziet er goed uit, zeg ik. Hij kijkt rond en zegt: het is al geleden van sinds jij de laatste keer op bezoek kwam dat ik hier terug in de bezoekerszaal kom. We gaan zitten aan de tafel waarvan het nummer vermeld is op mijn toegangsbadge. We bestellen een koffie bij de gevangene van dienst. Wat verderop eten kinderen een wafel met iemand die hun vader of grootvader moet zijn. Een bewaker komt ons zeggen dat S. moet opschuiven en aan de linkerkant van de tafel moet gaan zitten. Wellicht voor de zichtbaarheid van de bewaker die vanuit een hoek alles observeert... ook na zo’n 25 jaar gevangenisstraf, gelden hier nog altijd dezelfde regels voor iedereen. S. heeft geen familie of contacten in België. Hij heeft in twee decennia nooit een stap buiten de muren gezet. En ook nu, net zoals bij iedere ontmoeting, vertelt hij me opnieuw het verhaal over de zaak die hem een levenslange gevangenisstraf opleverde. Als je geen narcist, psychopaat of schizofreen was als je binnenkwam, dan word je het hier. 

Hij zegt dat hij me de groeten moet doen van A., een gevangene op dezelfde vleugel als hij. En van F. die ik al eens aan de telefoon had. Met A. had ik wekelijks telefonisch contact. Volgende week vliegt hij onder escorte naar Marokko. Hij heeft er 27 jaar gevangenis opzitten. Hij koos voor Marokko als enige optie om nog ooit vrij te komen, ook al heeft hij er nooit gewoond. Wie zegt dat in België levenslang in werkelijkheid niet bestaat, heeft het mis. Laat ons ook het woord re-integratie maar niet gebruiken. 

Deze gevangenis komt weinig in het nieuws, af en toe een schandaal zoals “gevangenen die tien maand moeten wachten op een tandarts, sommigen proberen hun tand eruit te halen met een lepel”.(3)  Hier kan je in stilte doodgaan, je kan er doodgaan bij gebrek aan zorg (4) - al dan niet met een reactie van de familie, als je die al hebt en als die de moed heeft om het gebrek aan zorg aan te klagen (5) -,  of buitenkomen in een wereld die je niet meer herkent. Het woord “jaar” heeft hier binnen een andere betekenis dan buiten. Tijd is een tarief, een omrekening van een misdaad in jaren, in dagen en maanden die allemaal dezelfde zijn. Met andere regels dan die in de buitenwereld, met andere codes, discipline, voor alles toelating vragen, niet meer weten hoe leven in de buitenwereld is, leven om te overleven. Na een uur en een kwart klinkt het eindsignaal voor het bezoek.

Gevangenisverslaving

Ik bedenk dat de Belgische gevangenisverslaving goed geïllustreerd wordt door het aantal langgestraften. Ik houd niet van vergelijkingen met andere landen waar het allemaal zoveel beter zou zijn, het gevangenisvirus is overal. Maar toch. Zo was België een van de allerlaatste Europese landen waar het tot 1996 duurde voor de doodstraf uit het strafwetboek werd geschrapt. Maar geen nood: in de plaats kwam de veroordeling tot levenslang. Vandaag zitten er zo’n 200 gevangenen in ons land een levenslange gevangenisstraf uit. Dat is drie tot viermaal meer dan in Nederland. En helemaal niet vergelijkbaar met landen als Portugal, Spanje of Noorwegen die wel (zeer) zware straffen kennen, maar geen veroordelingen tot levenslang. Zware straffen of levenslang, dat komt in de praktijk, met voorwaardelijke invrijheidsstellingen, op hetzelfde neer, zo zegt men. Niet helemaal. Vooreerst is de boodschap, de symboliek, anders: levenslang betekent in de gevangenis blijven zolang je leeft en tot je doodgaat. Daarenboven deed de regering Di Rupo met mevrouw Turtelboom als minister van Justitie er zo’n vijftien jaar geleden nog een schep bovenop door te beslissen dat de mogelijkheden om voorwaardelijk vrij te komen voor veroordeelden tot een straf van 30 jaar of levenslang, voortaan zouden beperkt worden en dat ze langer dan vroeger in de gevangenis moesten opgesloten blijven.(6)  

Er liggen nog wel meer repressieve plannen op hun realisatie te wachten. Leuven Centraal is dan wel een gevangenis voor de zwaar(st)gestraften, ze is geen maximum security prison zoals minister Darmanin er in Frankrijk heeft geopend of zoals ze bestaan in Italië en de VS. Sommigen dromen luidop van zo’n monstercreaties ook in België. Van Quickenborne en Van Tigelt trokken in 2023 naar Italië en Nederland om daar inspiratie op te doen voor gelijkaardige constructies als de Rebibbia gevangenis in Rome en of die van Vught in Nederland. Na hun bezoek werd er een “taskforce” opgezet om een toepassing van die modellen uit te werken voor België. Het is afwachten of dit onderdeel van Van Quickenborne’s revolutie er komt. 

In het huidig repressief klimaat levert schrijven over levenslanggestraften je al snel de titel op van “verdediger van de ergste criminelen”. Wat ik weet is dat de vraag: wie is de mens achter de veroordeelde, eigenlijk niemand interesseert. Wat is onze maatschappelijke verantwoordelijkheid in het parcours van die mens, waar liep het mis, hoe is het zover kunnen komen, waar ontbrak het aan zorg in het verleden in plaats van vaak systematisch misbruik, pijn en straf? 

Natuurlijk moet een maatschappij beletten dat er mensen slachtoffer worden van criminele feiten. Maar dat betekent niet het geweld reproduceren dat men zegt te willen bestrijden. Over de aanpak van de daders het volgende. Schrap de levenslange gevangenisstraf uit het strafwetboek. Ook al komen er dan vergelijkbare straffen in de plaats, het zou een maatschappelijk signaal zijn tegen de cultuur van wraak en vergelding. Laat oude gevangenen die geen gevaar meer vormen voor de gemeenschap vrij en laat ze terugkeren naar hun families of naar de contacten die er nog zijn, in plaats van speciale vleugels voor oude gevangenen te openen zoals in Merksplas. Plaats oude gevangenen van wie men zegt dat ze toch nog een gevaar voor recidive vormen, in een zorginstelling in plaats van in een gevangenis.  En, vooral, zelfs als we weinig of niets kunnen doen om individuele, soms dodelijke feiten te beletten, dan kunnen we wel beginnen met het scheppen van een andere maatschappelijke omgeving. Zoals met het overstappen van een maatschappij van geweld naar een van zorg. Van individualisme naar collectiviteit. Van schrijnende ongelijkheid naar gelijkheid. Naar collectieve reactie tegen geweld tegen de zwaksten. Naar solidariteit en samenwerking in plaats van zucht naar geld en macht. We kunnen beginnen met erkenning en daadwerkelijke hulp en bescherming bieden aan slachtoffers en hun families. Waarbij we ook de families van de daders niet vergeten. En waarbij we manieren ontwikkelen om in de mate van het mogelijke te repareren wat kapot gemaakt is. Ik weet ook wel dat dit in onze huidige kapitalistische landen allemaal geen schijn van kans maakt. Maar we kunnen beginnen aan de basis, op ons terrein, in onze omgeving. 

De moord op Gaza

Op de terugweg kan ik niet anders dan denken aan de hypocrisie en de wreedheid in onze maatschappij als het over misdaad en bestraffing gaat. Hetzelfde systeem, dezelfde instanties en beleidsvoerders die zeggen over onze veiligheid te waken en daarvoor de meest harde vormen van detentie bedenken, verklaren openlijk dat ze niet zinnens zijn om veroordeelden door het Internationaal Hof van Justitie voor genocide, ook maar een haarbreed in de weg te leggen. Dezelfde die zonder verpinken wapens produceren en leveren aan een land dat meer dan 70 000 Palestijnen doelbewust om het leven bracht. Tienduizenden vrouwen en kinderen incluis. Afgeslacht, met de intentie om te doden, met onze steun en door onze Westerse wapens. Nog veel meer Palestijnen kwamen om door de honger en de kou en de ziektes, want tonnen voedsel en tenten en medisch materiaal staan geblokkeerd aan de grenzen. Zonder enige noemenswaardige reactie.  Dehumanisering, ontmenselijking en racisme kennen geen landsgrenzen.  Ze zijn niet gebonden aan een bepaalde plaats of locatie. 

Thuis open ik het mooi ingepakte cadeautje van S. Het is een zelfgemaakte blocnote of eerder een scheurkalender waarvan de blaadjes aan elkaar gelijmd zijn. Blanco, zonder cijfers, maanden of dagen. Op de kaft alleen maar zijn naam en “januari 2026”. Om hem niet te vergeten.   

Nota's

Commentaires

Posts les plus consultés de ce blog

Nous n'avons pas besoin de reconnaître un État palestinien, mais bien la résistance palestinienne.

Un jeune médecin à la prison de Haren réveille notre conscience

Le calvaire de Nizar Trabelsi prendra-t-il fin en 2025 ?