Branden, overstromingen… Waarom geen gevangenen opleiden en inzetten als hulpbrandweerman of vrouw?

Incarcerated firefighters in California.
Photo: Justin Sullivan
Dat we in de toekomst nog meer verwoestende branden en overstromingen zullen kennen, daarover is iedereen het eens. Waarom geen gedetineerden opleiden en inzetten als hulpbrandweerlieden? Wat in de Verenigde Staten mogelijk is, is dat ook bij ons, en zelfs nog beter.

De brandweer van Brussel ging vorige maand nog in staking, - op de nationale feestdag! -, tegen het personeelstekort dat er nu al is en tegen het gebrek aan erkenning en opvolging na zware interventies. Terwijl men wel 500 jongeren rekruteert voor het leger, sprak de voorzitter van de Belgische federatie van brandweerlieden “over de complete machteloosheid van de brandweer tegenover de gevolgen van de klimaatverandering”.  

Er moet dringend gerekruteerd en opgeleid worden. Waarom dan ook niet bij vrijwilligers in de gevangenissen? Met een degelijk loon voor de kantine, de familie die zonder inkomen valt en de boetes of schadevergoeding aan de slachtoffers. En met een toekomstperspectief. Het zou ook de publieke kijk op de gevangenen veranderen.

Brandweermannen en vrouwen in de VS: tussen slavernij en zinvol werk

In de documentaire uit 2016, “The prison in twelve landscapes” van de Canadese Brett Story over de Amerikaanse gevangeniscatastrofe, beschrijft een anonieme vrouwelijke gevangene haar harde werk en dat van haar team als brandweervrouwen in de heuvels in California. “Ik beschouw mezelf als een heldin, en ik denk dat het publiek ons ook zo ziet” zegt ze. “We beschermen mensen en wouden en huizen. Mensen wuiven naar ons als we op transport zijn naar een brand. Of als ze ons passeren, vragen ze: zijn jullie echt alleen maar met vrouwen in jullie team? Mensen spreken ons aan maar we mogen niets terugzeggen, dat is verboden. Moesten we als onze straf erop zit de kans hebben om kandidaat brandweervrouw te worden, dan zou dat ons echt een perspectief bieden, maar dat zit er met een strafblad niet in.”  

In een vijftiental Amerikaanse staten worden gevangenen ingezet om branden te bestrijden. De kandidaten moeten aan bepaalde veiligheidseisen voldoen en slagen voor de fysieke tests. Wie aangenomen wordt gaat naar ‘fire camps’, een soort natuurbehoudskampen, voor een opleiding. In California gaat het om zo’n 2000 gevangenen die in zo’n 34 fire camps worden opgeleid en ingezet. Zoals steeds als het om werk van gevangenen gaat spreken we ook hier over een vorm van super-uitbuiting van goedkope arbeidskrachten. Wanneer ze ingezet worden voor het harde en gevaarlijke werk van brandweerman of vrouw verdienen ze zo’n een à twee dollar per uur in shiften van acht uur. Bij de meest verwoestende branden die California doorheen de jaren troffen, duurt een shift soms 16 tot wel 24 uur per dag voor een loon minder dan niets. Hun werk wordt ook niet meegeteld voor hun pensioen en ze genieten ook niet van een ziekte-uitkering zoals normale brandweerlui.

Die uitbuiting is dermate schandalig en de noden voor de brandweer zo groot dat de staat van Californië eind 2025 besloot om aan de gedetineerde brandweerlieden met onmiddellijke ingang het federale minimumloon van 7,25 dollar per uur toe te kennen wanneer zij worden ingezet bij het blussen van actieve branden. Zeven keer meer dan hun huidige loon, een minimumstap in de goede richting.

Aan de andere kant leren gevangenen hier een beroep dat zin heeft. Hun straf wordt ingekort met twee dagen per gewerkte dag. Een enquête[1] (1) onder hen leert dat sommigen voor dit beroep kiezen om in de natuur te zijn in plaats van in een cel. Maar er zijn vooral diegenen die iets zinvol willen leren en doen. Iets goeds doen voor de maatschappij. Mensen die voor zichzelf een positieve en sociale identiteit willen opbouwen. Nog anderen hopen dat ze bij hun vrijlating ooit brandweerman of vrouw kunnen worden.

Gevangenisarbeid bij ons

Toen ik nog leraar was in de gevangenis van Sint-Gillis toonde een leerling me een doormidden gesneden bic. ”Daar kunnen precies 24 muntballetjes in, zegt hij, die stoppen we dan in een doosje of een tube en dan plakken we er een etiket op. Het is stukwerk. Voor duizend stuks verdienen we 15 euro.” Als het mag nemen sommigen het werk mee naar hun cel om ’s avonds voort te werken en wat meer te kunnen verdienen. En dan zijn er zij die houten paletten maken, bruut werk met alle blessures aan hun handen van dien. Zij die Atoma-schriftjes ineensteken, wenskaarten in enveloppes stoppen, dozen plooien, boekjes ineenplakken. Zo’n 400 bedrijven groot en klein, zouden vandaag gevangenen inschakelen als goedkope arbeidskrachten.

Het loon hangt af van het soort werk; werk voor de gevangenis (opkuisen enz.) betaalt minder dan werk voor een van de privéfirma’s. Een uurloon van 0,75 euro tot een maximum van 4 euro per uur. In Leuven Centraal werd het bedrag dat gevangenen kunnen verdienen gehalveerd tot een maximum van 3 à 400 euro per maand. Dat allemaal wanneer er werk is. En als dat er is, is de mogelijkheid om te werken er niet voor iedereen. Het is een gunst. Een arbeidscontract bestaat niet. Je hebt dus ook geen recht opgebouwd voor een werkloosheidsvergoeding als je de gevangenis verlaat. Gewerkte dagen in de gevangenis tellen ook niet mee voor je pensioen.

Wie mag werken komt, zoals in Haren, in een om-de-dag-beurtregeling terecht om zo “iedereen een kans op werk te bieden”. Tot groot ongenoegen van hen die bijvoorbeeld zoals in de vrouwengevangenis van Berkendael een “fulltimejob” hadden waarop ze rekenden om hun minimumuitgaven te kunnen betalen. Een werkeloosheidsuitkering voor als er geen werk is? Vergeet het. Tenzij er staking van het personeel is, dan kan je tot maximum vijf euro op je rekening krijgen voor een gemiste werkdag. Laatst waren het de gevangenen uit Vorst die de verhuis vanuit die gevangenis naar die van Haren deden. Met de soms zware stukken langs de trappen omhoog. Ik ontmoette een gevangene in Haren die daarbij gekwetst geraakte en daarom dat werk niet meer kon voortdoen. Ziekteverlof? Verzekering ? Vergeet het ook maar.  

Samen met Juan Gonzalez, een ACV-vakbondsafgevaardigde, en met de criminoloog Pierre Reynaert schreef ik in 2009 een opiniestuk, ondertekend door een tachtigtal syndicalisten, leerkrachten en gevangeniswerkers onder de titel: Le travail en prison : hors-la-loi ? (Valt werk in de gevangenis buiten de wet?)[2] (2). Het is zeventien jaar geleden geschreven en heeft niets aan  actualiteit ingeboet.

Om terug te komen op het begin: in tegenstelling tot het afstompend werk aan minder dan het minimumloon voor de winsten van privésector, werk waarmee je geen stap vooruit bent als je buitenkomt, leert het beroep van hulp-brandweerman of vrouw je arbeidsdiscipline en respect, collectief en solidair samenwerken. Niet alleen voor brandbestrijding, maar ook voor al het werk dat ermee samenhangt, zoals tussenkomsten bij overstromingen, stormschade of verkeersongelukken.

Geen geld om opleidingen en lonen te betalen? Ik geef het laatste woord aan de commandant van de brandweer, Marc Gilbert: “In plaats van F-35’s aan te schaffen, zou de overheid de hulpdiensten moeten voorzien van de middelen die ze werkelijk nodig hebben”.

     

 

 

 

Commentaires

Posts les plus consultés de ce blog

Nous n'avons pas besoin de reconnaître un État palestinien, mais bien la résistance palestinienne.

2001-2026, vingt-cinq ans de « guerre mondiale contre le terrorisme », le nouveau nom du colonialisme occidental

Haren : une méga-prison s'est ouverte, une école se ferme (Fr/NL)